De Bom
Wie in Japan op reis is, komt er niet omheen ook aan Hiroshima een bezoek te brengen. En terecht. Iedereen die deze column leest weet precies wat hier op 6 augustus 1945 is gebeurd. Als men met eigen ogen de zogenaamde Hiroshima Dome ziet, het iconische koepelgebouw dat niet ver van het hypocentrum stond, krijgt men er ook een beeld bij. In het nabijgelegen museum leest men de persoonlijke verhalen van mensen die geraakt werden door de bom. Honderdduizenden kwamen onmiddellijk om of stierven op gruwelijke wijze binnen dagen, weken, maanden of leefden nog lang met zware psychische en fysieke klachten.
Tegen het einde van de expositie hangt ook een foto van twee presidenten die in 2010 het New Start-verdrag hadden getekend, Obama en Medvedev. Dit verdrag voorzag in een bovengrens voor strategische kernkoppen en was zodanig uitonderhandeld dat beide landen met vertrouwen aan zijn uitvoering konden werken.
Van dit verdrag is weinig meer over. Niet in de laatste plaats door de huidige Amerikaans president, die al tijdens zijn eerste termijn alles terugdraaide wat zijn gehate voorganger tot stand heeft gebracht. Net zoals het uiterst ingewikkelde verdrag dat Obama in 2015 ook met tussenkomst van Europa met Iran jarenlang moeizaam uitonderhandelde. De gevolgen van dit soort irrationeel gedrag zijn niet mals.
Men kan denken van Iran wat men wil, maar het moge duidelijk zijn dat dit land geen vertrouwen meer in de huidige Amerikaanse administratie heeft, onder meer vanwege haar onvoorspelbaarheid. Dezelfde regering, die met de Saoedi’s recentelijk nog een lucratief contract tekende voor twee kerncentrales – tot dat Trump een telefoontje uit Jeruzalem kreeg.
Vandaag de dag is helemaal geen sprake meer van enige vorm van rede.
Los van het feit dat nucleaire wapens vernietigingen tot stand kunnen brengen die ieder menselijke voorstelling te boven gaat – tenzij men in Hiroshima is, is er een klein probleem met de rechtvaardiging van hun existentie: de meeste redeneringen kloppen niet. De productie en het bezit van kernwapens volgt idealiter ideeën die op rationaliteit zijn gebaseerd. Legio schrijvers probeerden dit aan te tonen. De Koude Oorlog was vervolgens vaak de enige casus die deze rationaliteit moest staven – en daarmee ook vertrouwen moest wekken dat het zo een vaart niet zal lopen en dat van een volgende ontploffing boven bewoond gebied geen sprake zou zijn.
Ook tijdens de Koude Oorlog was rationaliteit regelmatig zoek en is de wereld gelukkig herhaaldelijk (nipt) de dans ontsprongen. Het grootste verschil met nu? Men dreigde nooit met de inzet. Vandaag de dag is helemaal geen sprake meer van enige vorm van rede. Bijna alle mannen die de rode knop naast hun nachtkastje hebben hangen, staan niet enkel politiek met de rug tegen de muur. Of het nou Rusland is, waar nota bene Medvedev tot de grootste voorstanders hoort van de inzet van de bom, of de VS met een president die blijkbaar vaak gedreven wordt door wraakgevoelens. Er zijn zoveel meer landen die over een bom beschikken en waar de heersers steeds meer de grip op de werkelijkheid lijken te verliezen.
De eeuwige vlam in het park zou waarschijnlijk nooit doven, nu steeds meer landen de bom ambiëren. Doordat men geen vertrouwen meer heeft in de veiligheidsparaplu van de VS, begint men zelfs in Japan publiekelijk over een eigen kernwapen na te denken. Gelukkig kan ik de gevolgen ervan hier in Hiroshima straks achter me laten. Morgen reizen we door naar Nagasaki.
Meer columns van Jörg Noll
Dr. J.E. (Jörg) Noll (1967) is politicoloog en luitenant-kolonel (r) bij de Bundeswehr. Sinds 2007 is hij universitair hoofddocent Internationale Conflictstudies aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).


