Brederode
Vlaggenschip van Witte de With
Door G. Boven
Abstract
Het vlaggenschip De Brederode (1644-1658) is een van de meest legendarische oorlogsschepen uit de Nederlandse Gouden Eeuw. Gebouwd door Jan Salomonszoon van den Tempel als het zusterschip van de beroemde Aemilia, diende de Brederode als vlaggenschip voor zowel Witte de With als Maarten Tromp. Ze vocht in cruciale zeeslagen, van het Kanaal tegen de Duinkerker kapers tot haar uiteindelijke ondergang in de Sont in 1658. Dit artikel duikt in de unieke bouw en de avontuurlijke reis van dit iconische schip.
’s Lands schip Brederode op de rede van Brielle. Olieverf op doek door Arnold de Lange, 2024 (Particuliere collectie)
Inleiding
In 1643 gaf de admiraliteit van de Maze in Rotterdam opdracht voor de bouw van het oorlogsfregat Brederode. Jan Salomonszoon van den Tempel, die als een zeer kundige scheepsbouwer bekend stond en werkzaam was voor de admiraliteit van de Maze en de Staatse vloot, kreeg de opdracht om de kiel te leggen. Nederlandse scheepsbouwers stonden wereldwijd goed bekend. Zij waren kundig, werkten tot in detail en bouwden op gedegen wijze.
Van den Tempel had het vak in de praktijk geleerd. Kennis ging over van meester op leerling en de leraar van Van den Tempel had hem het vak op bijna Spartaanse wijze bijgebracht. Een theoretische opleiding tot scheepsbouwer bestond niet en er stond niets op papier. Alles ging uit het hoofd met een natuurlijk gevoel voor verhoudingen. Dat was wat een scheepsbouwer maakte tot wie hij was. Op het moment dat Jan Salomonszoon van den Tempel aan de bouw van de Brederode begon, had hij al een befaamd schip van oorlog op zijn naam staan. In de periode 1632-1635 werkte hij intensief aan de bouw van de Aemilia, het vlaggenschip van Maarten Tromp.[i]
De Aemilia was in 1635 het grootste oorlogsschip van de Nederlandse vloot. Zij had een lengte van 42,77 meter, een breedte van 9,90 meter, de diepgang bedroeg 3,96 meter en het schip bezat een tonnage van 300 ton. Jan Salomonszoon van den Tempel besloot de Brederode te bouwen naar het evenbeeld van de Aemilia met vrijwel dezelfde maten. De Aemilia en de Brederode waren dan ook zusterschepen, ondanks een spanne van elf jaar tussen de bouw van beide schepen. Gelijke diens zuster werd de Brederode een goed, snel en wendbaar schip met 49 kanonnen aan boord daar waar andere oorlogsboden 20 tot 40 stukken telden. Het was een fregat met ranke lijnen en telde net zoals de Aemiliatwee dekken, wat de aanduiding tweedekker opleverde. Witte de With had meegeschreven aan het bestek van de Brederode. Nadat de hoofdmaten waren vastgesteld, volgde het schrijven van het bestek. Daarin stonden de hoofdmaten lang-wijd-hol vermeld en uit die afmetingen vloeiden de maten van de afzonderlijke onderdelen voort. Maten van balken, planken, masten, touwwerk en omschrijvingen van de sierbeelden werden eveneens in het bestek beschreven. Daarnaast bevatte het bestek kwaliteitseisen wat betreft de herkomst van touw, hout en de constructie.
Witte Cornelisz. de With. Olieverf op paneel door Abraham Westerveld, 1650 (Particuliere collectie)
De adviezen die De With gaf waren goed bruikbaar en met de keuze van Van den Tempel voor een lengte van 40,82 meter was hij het volledig eens. De scheepsbouwer hield vast aan de maten van de Aemilia: 40,82 meter lengte, 10,10 meter breedte en 4,10 meter diepte. Na goed nagedacht te hebben kwam Van den Tempel toch op die maten terug en paste ze aan omdat het schip anders te rank zou uitvallen. Tromp en De With hadden een eigen mening over de afmetingen. In eerste instantie was Tromp voorstander van een lengte van 44,08 tot 47, 24 meter en een breedte van 11,30 tot 11,96 meter, maar corrigeerde de breedte later van 11,65 tot 12,28 meter. Witte de With ging daarin verder en wenste een breedte van 11,96 tot 12,56 meter. Van den Tempel koos uiteindelijk voor: 41,45 meter lengte, 10,05 meter breedte, 4,24 meter diepte en een tonnage van 300 ton. De Brederode week daarmee wat lengte, breedte en diepte betrof iets af van de Aemilia.
‘De With volgde de bouw van de Brederode op de voet en deed daar waar nodig suggesties’
Vlaggenschip
De Brederode was voorbestemd als vlaggenschip te worden toegewezen aan Witte de With, die op dat moment de functie van viceadmiraal van Holland en West-Friesland bekleedde. De With volgde de bouw van de Brederode op de voet en deed daar waar nodig suggesties. Hij stond in nauw contact met Van den Tempel en werkte goed met hem samen. De With voer op dat moment op de Maagd van Dordrecht, welke in slechte staat verkeerde. Hij had hoognodig een nieuwe oorlogsbodem nodig en aangezien Maarten Tromp verknocht was aan de Aemilia, kreeg Witte de With de Brederode toegewezen.
Op 28 oktober 1644 kreeg het door Van den Tempel gebouwde nieuwe schip op voorspraak van Filips van Dorp de naam Brederode. Vernoemd naar veldmaarschalk Johan (Joan) Wolfert van Brederode, heer van Brederode, Vianen Noordeloos en Ameide, die na zijn eerste huwelijk met Anna Johanna van Nassau-Siegen in 1638 huwde met Louise Christina van Solms-Braunfels. Hij was de zwager van stadhouder Frederik Hendrik en diens vrouw Amalia van Solms-Braunfels. Op het wulf van Brederode, het hol gebogen dwarsscheeps gedeelte van het achterschip, gelegen tussen het hakkebord en de spiegel, werd de naam Brederode geschilderd. Het schilderen van de scheepsnaam op de spiegel was gebruikelijk op de Rotterdamse admiraliteitswerven, maar kende buiten de stad geen navolging. Aangezien stadhouder Frederik Hendrik de opperbevelhebber was van de vloot en zijn familiewapen ook op de Aemilia prijkte, werd besloten deze eveneens op de spiegel van het nieuwe fregat te plaatsen. Normaliter had het wapen van Van Brederode daar moeten sieren, maar omdat Frederik Hendrik de opperbevelhebber van de vloot was, kreeg zijn wapen voorrang. En zo voeren de zusterschepen Aemilia en Brederode met het wapen van de stadhouder regelmatig het zeegat uit. Op de Aemilia werd het wapen ondersteund door twee stedenmaagden waarmee zijn vrouw Amalia van Solms werd geëerd en het wapen op de spiegel van de Brederode was omringd door twee Nederlandse leeuwen.
Het wapenschild van stadhouder Frederik Hendrik op de spiegel van de Brederode. Detail uit ‘Zeeslag bij Ter Heijde’ door Jan Abrahamszoon Beerstraaten, 1654 (Collectie Rijksmuseum)
In het voorjaar van 1646 werd de Brederode definitief aan Witte de With toegewezen. Op 2 april van dat jaar voer hij voor het eerst met zijn nieuwe schip en een bescheiden vloot de zee op met de opdracht gedurende vier maanden in het Kanaal te kruisen om langsvarende Hollandse koopvaarders tegen Duinkerker kaperschepen te beschermen. Tijdens die tocht noteerde De With in zijn journaal dat de Brederode haar ‘maeghtdom noch aen was’. En vanaf dan begint de avontuurlijke reis van dit schip dat tot 1658 zou duren. Strijd tegen Duinkerker kapers tot de val van Duinkerken op 11 oktober 1646. Na het luiden van de doodsklok over Duinkerken, lag ook de Nederlandse marine te zieltogen. De Brederode was vrijwel het enige oorlogsschip dat nog zeevaardig was, maar zelfs zij lag door de opgelopen schade op de helling in Hellevoetsluis en wachtte al maandenlang op de nodige reparaties. Witte de With vatte de toestand van de Brederode kort samen: ‘zeer ontramponeert geworden.’
‘Na zijn innige band met de Aemilia vond Tromp in de Brederode een gelijkwaardige opvolger’
Aangezien de Aemilia van Maarten Tromp naar het buitenland werd verkocht, besloten de Staten-Generaal in juli 1647 de Brederode aan Tromp toe te wijzen, maar De With bleef vooralsnog aan boord. In de jaren 1647-1650 kreeg De With opdracht een overzeese missie naar Brazilië uit te voeren en moest Tromp nog even op zijn nieuwe vlaggenschip wachten. In de jaren 1651-1653 diende de Brederode als vlaggenschip van Maarten Tromp. Hij roemde het schip en noemde haar ‘een van de beste seylders van de vloote.’ Na zijn innige band met de Aemilia vond Tromp in de Brederode een gelijkwaardige opvolger waarvan de wendbaarheid en de makheid hem zeer tevreden stemde. Onder het bewind van Tromp nam de Brederode deel aan de zeeslag bij Dover op 29 mei 1652, het treffen bij de Hoofden op 8 oktober 1652, de confrontatie bij de Singels op 10 december 1652, de Driedaagse zeeslag op 28 februari 1653, de strijd bij Nieuwpoort op 12-13 juni 1653 en de zeeslag bij Ter Heijde op 28 augustus 1653 tijdens welke Maarten Tromp het leven liet.
De Brederode. Penseel in grijs en potlood door Willem van de Velde de Oude (Collectie National Maritime Museum Greenwich)
Ondergang van de Brederode
In de jaren 1654-1658 diende de Brederode als vlaggenschip onder Witte de With, die daarmee zijn oude vertrouwde schip weer terugkreeg. In 1658 beleefde de Brederode haar grote finale. Op 17 oktober 1658 voer De With met de Brederode het Goereese gat uit. Hij sloot zich met enkele schepen bij de vloot van Jacob Wassenaar van Obdam aan om te vechten tegen de Zweedse vloot onder bevel van Karl Gustaaf Wrangel met de zeeslag in de Sont op 8 november 1658 als gevolg. De strijd was nodig omdat de Nederlandse handelsbelangen op de Oostzee door het optreden van de Zweedse koning Karel X Gustaaf op het spel stonden. Tijdens dat gevecht raakte De With in gevecht met de Draak. Hij liet de enterdreggen uitwerpen en was gereed om aan boord van het Zweedse schip te gaan. Drie schepen, waaronder deWismar, schoten de Draak te hulp en namen de Brederode onder vuur. De With vuurde terug en wist twee hulpschepen onschadelijk te maken, waarna de Wismar ontplofte. Daarna richtte hij zijn vizier volledig op de Draak. Beide schepen lagen aan elkaar vast en kwamen met de stroom mee dicht voor de kust te liggen. Zo nabij dat de Brederode ter hoogte van Helsingor vlak bij het slot Kronenborg aan de grond vastliep. Witte de With raakte dodelijk gewond en de Brederode zonk waarmee een einde kwam aan haar levensloop. Tot op de dag van vandaag ligt het wrak nog steeds op dezelfde plek in de Sont.
Wie op online op zoek gaat naar scheepswrakken komt vanzelf terecht op de site Maritime Stepping Stones.[ii] Een fantastische site boordevol informatie over scheepswrakken en de plaatsen waar deze precies liggen. Een bijzondere en dankbare bron waar het wrak van de Brederode eveneens te vinden is.[iii]

Voor een uitgebreidere geschiedenis van dit schip zie: G. Boven, Brederode. Vlaggenschip van Witte de With (2025), ISBN: 9789464565409
Noten
[i] Boven, G., ‘De bouw van een trots schip’, in Marineblad, nr. 3 (mei 2024), p. 24-27
Gerelateerd
'Verblijven in de afgrond van de hel!'
In het Nationaal Archief te Den Haag zijn de werfboeken van Harlingen daterend tussen 1798-1808 te vinden. Dit archiefmateriaal is voor dit…
Het leven van een marnier-arts tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog
In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de…
Nederlanders aan boord van Hitlers vlaggenship
Tenminste 35 Nederlandse dienstvrijwilligers werden – als enige niet-Duitsers – op Hitlers vlaggenschip de Tirpitz geplaatst. Wie waren…

