Een blik op de Defensienota 2024

Marsorders voor de komende jaren

Een blik op de Defensienota 2024

Het is geen eenvoudige taak om een document dat het wat beschrijft kritisch te analyseren, en minder het hoe. Het is immers simpeler om kritisch te kijken naar de manier waarop iets tot stand komt, dan naar datgene wat men wil bereiken. Dat was één van mijn eerste gedachten bij het lezen van de Defensienota 2024 ‘sterk, slim en samen’.

 

Wellicht zit het in de menselijke aard, of in ieder geval van de auteur dezes, om te zoeken naar zaken die voor weinig tevredenheid zorgen. Zeker als dit speurwerk past bij de rol die de KVMO-voorzitter soms dient te vervullen. Eerlijkheidshalve is er veel in deze Defensienota om tevreden over te zijn en het is dan ook goed om die zaken in voorliggend schrijven te benoemen. Een belangrijk aspect van deze Defensienota is dat ruimhartig erkend wordt dat meerdere decennia van bezuinigingen niet met een enkele nota hersteld zijn. Het is dan ook een voortzetting van de wederopbouw de krijgsmacht, die met de nota van 2018 is ingezet. Uiteraard gepaard met de uitbreiding van gevechtskracht, maar tegelijkertijd valt voldoende oog voor het gegeven dat gevechtskracht en operationele ondersteuning hand in hand gaan, in dit document te bemerken. 

Commitment aan de NAVO

Het is mogelijk een zuivere academische discussie over het wettelijk vastleggen van de 2% NAVO-norm op te tuigen met argumenten voor of tegen. De essentie van die 2% is echter een uiting van onze toewijding aan het bondgenootschap. Hiermee geeft minister van Defensie Ruben Brekelmans het signaal af dat Nederland zich committeert. Daarin schuilt nu juist de kracht van de NAVO, namelijk de toewijding van diens lidstaten. Met dit signaal versterken we het bondgenootschap op een cruciaal moment en geven we tegelijkertijd een signaal af aan kwaadwillenden.

Zowel de minister als de staatssecretaris van Defensie laten duidelijk zien dat er keuzes gemaakt zijn. In de Defensienota staat: ‘Ondanks de aanzienlijke investeringen van het kabinet, kan met het defensiebudget niet tegelijkertijd aan alle wettelijke taken, bondgenootschappelijke verplichtingen en nationale regelgeving volledig invulling worden gegeven’.[i] De focus is primair gericht op de behoeftes die de NAVO stelt. Dit vertaalt zich in door NAVO benoemde tekortkomingen, onze bijdragen aan het NATO Force Model en de bijdragen aan de operationele plannen. Wanneer ik daar dan een kritische noot bij mag plaatsen, is dat we ook in deze Defensienota de ‘enge’ benadering zien van Hoofdtaak 1: ‘beschermen van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied’, terwijl onze grondwettelijke taak het beschermen van belangen van het Koninkrijk behelst. Dit is meerdere malen door mijn voorganger benoemd en ik zal dat blijven doen.

Aan de hand van een aantal scenario’s wordt de dreigingsanalyse en het veiligheidsbeeld beeldend gemaakt. Dit is een bruikbare manier om de verbeeldingskracht van de lezer aan te sporen en na te denken over waarom versterking van de krijgsmacht noodzakelijk is. De scenario’s zijn ook goed te relateren aan de huidige situatie in de wereld. Twee kleine kanttekeningen zijn hier wel op zijn plaats. Vanuit het maritieme perspectief is het scenario van een ‘aanval op de NAVO’ vooral continentaal-georiënteerd. Er is voldoende oog voor de maritieme dimensie gelet op de noodzakelijke investeringen in onderzeebootbestrijding. Toch is het ook verstandig om na te gaan denken over scenario’s waarin een conflict op zee begint, dat kan zowel klassiek, maar ook zeker hybride.Daarnaast is ervoor gekozen om een apart worst case-scenario slechts te benoemen en niet te beschrijven. Dit scenario gaat uit van een situatie waarin de NAVO onder aanval komt en een conflict tussen China en de Verenigde Staten oplaait. Wanneer we ons moeten voorbereiden op het ergste, dan moeten we ons dat misschien ook gaan voorstellen. Juist ook om onze prioriteiten scherp te krijgen.

‘Deze nota is in mijn ogen geen sluitstuk van een periode van herstel, maar de opmaat voor de doorontwikkeling van een krijgsmacht die klaar is voor het volgende tijdperk’

Aanpassingsvermogen

In Marineblad 5 (augustus 2024) heb ik aangegeven dat ik het belangrijk vind dat we meer zichtbaarheid geven aan de beroepsvereniging.[ii] Onderdeel daarvan is dat wij als (oud-)marineofficieren actief het debat aangaan over de ontwikkeling van de zee- en krijgsmacht. Sommigen van ons doen dat vanuit hun functie, anderen vanuit hun expertise en weer anderen vanuit hun liefhebberij. Reden om voorliggende analyse van de Defensienota in de vorm van een opinieartikel te schrijven, is juist om dit debat aan te zwengelen. Deze nota is in mijn ogen geen sluitstuk van een periode van herstel, maar de opmaat voor de doorontwikkeling van een krijgsmacht die klaar is voor het volgende tijdperk. Dat zal gestalte moeten gaan krijgen in een volgende Defensienota. Een volgende nota waarin de rol van het maritiem strategisch denken stevig verankerd moet zijn. 

Artist impression van de ASW-fregatten. Het aantal fregatten voor de Koninklijke Marine wordt uitgebreid (bron: Koninklijke Marine)

Een onderwerp dat zich goed leent voor dergelijke discussie, is dat van het aanpassingsvermogen, of adaptiviteit, van de krijgsmacht. We kijken dan toch vooral naar de samenhang tussen mensen, middelen en manieren, of mens, proces en techniek. Enerzijds willen we graag bij de uitvoering flexibel en wendbaar zijn, terwijl aan de andere kant de neiging tot centralisatie van een machine-bureaucratie nog steeds duidelijk zichtbaar is. Hoe Defensie daar invulling aan wil geven, is nu juist waarnaar ik erg benieuwd ben. Dit vereist namelijk een verandering van onze mindset. Dit is geen nieuwe boodschap. We roepen al jaren dat we sneller moeten veranderen, maar het lukt ons onvoldoende om ons los te worstelen van regels en richtlijnen. Misschien ook omdat we te weinig bewustzijn creëren van het verschil tussen de geest van de wet en de letter van de wet. Niet alle regels en richtlijnen zijn onzinnig. Sterker nog, als je in staat bent om de bureaucratie voor je te laten werken dan kan het ook een krachtig instrument zijn. Laten we vooral ook met elkaar het gesprek aangaan over nut en noodzaak van sommige regels. Als we dan met elkaar vaststellen wanneer een regel wel of niet nodig is, kunnen we daarna pas doorpakken.

‘Als we adaptief willen zijn, dan zullen we een snellere innovatiecyclus moeten doorlopen’

Een ander aspect van het aanpassingsvermogen is de menselijke factor. Wanneer we kijken naar het competentiewoordenboek, dan zijn veel competenties gerelateerd aan intermenselijke relaties, of relaties tussen de organisatie en de mens. Het woord technologie of techniek komt niet of nauwelijks voor, terwijl we aan de andere kant pretenderen een hightechbedrijf te zijn. Wat je eigenlijk zou willen is dat we met zijn allen iets meer socio-technologisch sensitief worden. Dat we zien waar technologie ons kan helpen in onze bedrijfsvoering en in ons operationeel optreden. Vaak is het een individu die met een goed idee ver komt, of het dan gaat om het gebruik van drones, virtual reality, of 3D-printen. Maar doordat we collectief nog vasthouden aan eerdergenoemde regels en richtlijnen vinden we opschalen moeilijk. Terwijl we in ons privéleven razendsnel aanpassen aan de nieuwste snufjes, hebben we daar in de context van ons werk toch aanzienlijk meer moeite mee. Ik vraag me serieus af hoe dat kan, maar vooral wat we eraan kunnen doen om dat op te lossen. Op een wonderbaarlijke manier vertrouwen we volledig op de technologie in de palm van onze hand, maar als het ons aangereikt wordt door de baas duurt het jaren voordat we er vertrouwd mee zijn. Als we adaptief willen zijn, dan zullen we een snellere innovatiecyclus moeten doorlopen.

Nota24.3

Minister Brekelmans met staatssecretaris Tuinman en CDS Eichelsheim bij de presentatie van de nota, 5 september 2024 (foto: Mediacentrum Defensie)

Transformatie

Er is ook nog een ongemakkelijk onderwerp dat ik wil aansnijden. In de Defensienota staat benoemd dat er een transformatie nodig is van de Defensieorganisatie.[iii] Hoe dit dat er dan uit moet komen te zien blijft onduidelijk. Wat het in mijn ogen lastig maakt is dat het fundament van onze organisatie nog steeds het procesmodel is dat in 2005 uitgerold is. Tegelijkertijd zien we een continue roep om meer productgericht te werken, commandanten in hun kracht te zetten en zien we op sommige punten het terugdraaien van Single Service Management om slagvaardiger te zijn. We doen dit echter niet vanuit een gedragen visie op onze bedrijfsvoering. Het is ook een duivels dilemma om deze discussie te voeren. Niemand zit te wachten om tijdens de verbouwing van het huis ook het fundament aan te pakken, terwijl de toko ook nog open moet blijven. Juist omdat we anders een organisatie blijven houden waarvan niemand echt meer begrijpt hoe die werkt. Alleen een andere mindset zal niet voldoende zijn. De systemen en processen moeten die transformatie de ruimte bieden om het mogelijk te maken. 

Tot slot

De Defensienota geeft ons de komende jaren de marsorders die nodig zijn om de krijgsmacht gereed te maken voor scenario’s die we tot een paar jaar ondenkbaar vonden. Het is goed dat we nu richting en tempo kunnen bepalen en stappen kunnen maken in het herstel en versterken van de krijgsmacht. Deze is er immers niet om te vechten, maar om te voorkomen dat we moeten vechten. Afschrikking is dan ook de kernboodschap. Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat – mocht het onverhoopt toch zo ver komen dat we moeten vechten – we het gevecht kunnen winnen. Gelukkig hoeven we dat niet alleen te doen en zijn we onderdeel van een stevig bondgenootschap. Een bondgenootschap waar wij met deze Defensienota ook een been bijtrekken. Er is nog veel om over met elkaar van gedachten te wisselen, en ik hoop, nee ik daag u uit, met dit artikel de aanzet te geven om dat gesprek met elkaar en met mij aan te gaan. Om op deze manier onze gedachtes aan te scherpen over wat wij nodig denken te hebben voor de zeemacht die nodig is voor een conflict.  

KLTZ (LD) J.L. ten Berg is voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren.

Download dit artikel

Download de Defensienota 2024

Noten

[i] Defensienota 2024, p.25.

[ii] Berg, J.L. ten, ‘Bijdragen aan belang’, Marineblad, nr. 5 (augustus 2024), p. 3.

[iii] Defensienota 2024, p. 21.

 

Meer uit deze categorie

Dutch 322 Squadron. Dutch F-35 pilot scrambles for a QRA, Quick Reaction Alert taken.

Europe should act before it's too late

07 okt 2025

Recent U.S. pragmatic rapprochement towards the Kremlin could have profound impact on Russia’s military strategy and endanger European…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave