Militaire hospitaalschepen
Een oorlogsrechtelijk perspectief
Nu ook de meer ondenkbare geopolitieke scenario’s realiteit kunnen worden, valt niet uit te sluiten dat in een toekomstig conflict mogelijk hospitaalschepen nodig zijn. De marine heeft op dit moment geen militaire hospitaalschepen in dienst. In internationaal verband is de vraag of NAVO-lidstaten in hun strijdplannen voor een mogelijk interstatelijk conflict tegen Rusland ook zullen moeten nadenken over de inzet van zulke vaartuigen.
Het U.S. Naval Hospital Ship Comfort (foto: U.S. Navy Photo)
Slechts enkele staten hebben militaire hospitaalschepen permanent in dienst, waaronder de China, Rusland en de Verenigde Staten als NAVO-lidstaat.[i] Om over dergelijke capaciteit te kunnen beschikken, is het inrichten van civiele schepen tot hospitaalschip een mogelijke optie. De krijgsgeschiedenis laat zien dat dergelijke opschalingsgedachte eerder ook de Nederlandse praktijk is geweest. Het hospitaalschip is een bijzonder soort schip waarvoor tijdens een internationaal gewapend conflict speciale regels gelden. Deze zijn primair opgenomen in de Tweede Conventie van Genève ter verbetering van het lot van gewonden, zieken en schipbreukelingen (1949) en richten zich vooral op de bescherming van en de controle over hospitaalschepen.
Deze bijdrage blikt ter inleiding kort terug op Nederlandse militaire hospitaalschepen, categoriseert vanuit juridisch perspectief drie vormen van maritiem-medische capaciteit en benadrukt tenslotte enkele kernregels die van toepassing zijn op hospitaalschepen.
Terugblik: Nederlandse militaire hospitaalschepen
Vlak voor en na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog richtte Nederland in zowel het Europese als het Indische deel van het Koninkrijk een aantal schepen in als hospitaalschip. In 1939 werden de schepen Schouwen en Luctor et Emergo daarvoor aangewezen, waarna zij ter beschikking stonden van de marine. Beide schepen zijn uiteindelijk niet als zodanig ingezet, omdat zij de eerste dagen van de oorlog niet overleefden. De Luctor et Emergo werd geraakt tijdens een Duits bombardement, en de Schouwen werd door de Fransen in brand gestoken en gezonken.
Ook in de Oost werd een aantal schepen vlak voor en kort na de Japanse oorlogsverklaring in december 1941 gevorderd. Zo werd de Op ten Noort als hospitaalschip ingericht, en had luitenant-admiraal Conrad Helfrich, Commandant der Zeemacht in Nederlands-Indië, al eerder opdracht gegeven MS Oranje – oorspronkelijk bedoeld als hulpschip – voor dat doel in te richten en aan de Australische regering over te dragen. De verbouwing in Sydney, naar een capaciteit van 650 bedden, nam drie maanden in beslag.[ii] Ook Nederlandse officieren dienden aan boord van dit schip. Tijdens de Slag in de Javazee, in februari 1942, werd de Op ten Noort ingezet om schipbreukelingen en gewonden uit zee te halen. Helfrich’s memoires vertellen wat er gebeurde:
‘In de nacht van 27 op 28 februari werd het marine-hospitaalschip Op ten Noort uit Soerabaja gestuurd naar de Javazee gezonden om schipbreukelingen te zoeken. Het is mislukt. Tegen alle internationale regelen in werd het schip op de 28ste door enige Japanse jagers aangehouden en naar Makassar opgebracht. Alle opvarende medici en verpleegsters werden later zelfs in Japan geïnterneerd.’[iii]
‘Aangezien de Nederlandse regering de inname van de Op ten Noort als onrechtmatig beschouwde, verzocht zij Japan na de oorlog om compensatie’
De actie haalde vanwege de Japanse tegenzet niets uit en het lot van de Op ten Noort bleef de Nederlandse regering tot en met 1978 bezighouden. Het schip werd ingenomen en diende als Japans schip waarna het kort na het einde van de oorlog tot zinken is gebracht.[iv] Aangezien de Nederlandse regering de inname van de Op ten Noort tijdens de Slag in de Javazee als onrechtmatig beschouwde, verzocht zij Japan na de oorlog om compensatie. Uiteindelijk, toen Nederland de kwestie voor het Internationaal Gerechtshof wilde brengen, werd eind jaren 70 overeengekomen[v] dat Japan een schadeloosstelling zou betalen.[vi]
Naast drie genoemde schepen voeren gedurende de Tweede Wereldoorlog nog zes andere Nederlands gevlagde koopvaardijschepen als hospitaalschip bij geallieerde marines, met ook Nederlandse bemanningen en militair-medisch personeel aan boord.[vii] Wie zich in de lotgevallen van deze schepen verdiept, ziet dat zij niet zozeer voor de directe ondersteuning van de Nederlandse marine zijn ingezet, maar hun rol speelden in de gehele geallieerde maritieme inzet. Zoals ik in enkele voorbeelden hierna zal aanstippen, is het hospitaalschip in latere conflicten, zoals tijdens de Falklandoorlog en Irakoorlog, ook niet ongebruikt gelaten.


Hospitaalschip MS Oranje, 1941-45 (foto: collectie L.L. von Münching)
Schepen met een medische capaciteit
Oorlogsrechtelijk - waarin het beschermingsregime centraal staat - zijn schepen met een medische capaciteit in verschillende categorieën in te delen. Niet alle schepen met een medische capaciteit of elk hospitaalschip valt onder het beschermingsregime voor hospitaalschepen uit de Tweede Geneefse Conventie. Deze Conventie kent twee types hospitaalschepen: het militaire hospitaalschip en het hospitaalschip van officieel erkende hulpverleningsverenigingen, de nationale Rode Kruis-verenigingen of particulieren die al dan niet behoren tot één van de partijen, en onder controle is van één van de strijdende partijen.[viii]
Een voorbeeld van een Nederlands particulier hospitaalschip is de stoomraderboot Koningin Regentes, die tijdens de Eerste Wereldoorlog tussen Groot-Brittannië en Nederland gewonde en zieke krijgsgevangenen vervoerde.[ix] Een hedendaags voorbeeld van een particulier hospitaalschip, is het Maltees gevlagde schip African Mercy. Hoewel dit schip qua functie een hospitaalschip is, met een capaciteit van bijna 500 bedden,[x] voldoet het momenteel niet aan de vereisten om ook in oorlogsrechtelijke zin als hospitaalschip aangemerkt te kunnen worden. Het voldoet bijvoorbeeld niet aan de uiterlijke kernmerken en staat (nu) niet onder controle van één van de partijen.
Medische capaciteit binnen de zeestrijdkrachten
Binnen de zeestrijdkrachten zijn schepen met een medische capaciteit in drie categorieën te onderscheiden: 1) oorlogsschepen met medische en chirurgische capaciteit, 2) hulpschepen met medische en chirurgische capaciteit, en 3) militaire hospitaalschepen. Dat het om medische en chirurgische capaciteit gaat, zal vanuit medisch optiek nuance missen, maar is met name bedoeld om aan te geven dat de medische zorg voorbij medische basishulp moet gaan.[xi]
Oorlogsschepen met medische en chirurgische capaciteit
Oorlogsschepen kunnen ingericht worden met een medische capaciteit. Zo kan Zr.Ms. Doorman de rol (functie) van hospitaalschip op zich nemen. Defensie geeft aan: ‘Het schip heeft verder een hospitaal met twee operatiekamers en een speciale zorgafdeling.’[xii] Het schip is echter niet speciaal gebouwd of ingericht uitsluitend met het doel om te dienen als hospitaalschip. In juridische zin blijven oorlogsschepen die op deze manier zijn ingericht oorlogsschepen die, indien zij partij zijn bij het conflict, zowel vijandelijke acties mogen ondernemen, als aangevallen mogen worden door de tegenstander. De Italiaanse regering stuurde eind 2023 het logistieke ondersteuning(oorlog)schip Vulcano met een Role 2-capaciteit in de rol van hospitaalschip naar de Levant om als medische faciliteit te dienen voor slachtoffers in het conflict tussen Hamas en Israël.[xiii]
Hulpschepen met medische en chirurgische capaciteit
Een staat kan ook civiele schepen in dienst nemen - bijvoorbeeld door eigendom, huur of vordering[xiv] - en deze inrichten met medische capaciteiten. Een veelgebruikte hedendaagse term voor hulpschepen is auxiliary vessels. Wanneer zij niet voldoen aan de definitie van een oorlogsschip,[xv] omdat zij bijvoorbeeld varen onder een civiele gezagvoerder of niet de uiterlijke kenmerken van een oorlogsschip voeren, zijn deze schepen wel staatsschepen, maar geen oorlogsschepen. Een voorbeeld is de Britse RFA Argus, dat onder de blue ensign in plaats van de white ensign vaart. Dat betekent dat zij tijdens een gewapend conflict geen zogenaamde ‘belligerente rechten’ heeft en dus geen aanvallen mag uitvoeren of prijsmaatregelen mag nemen. Zulke hulpschepen van de marine zijn echter wel blootgesteld aan aanvallen van de tegenstander. Iets dat het Britse schip Atlantic Conveyor tijdens de Falklandoorlog overkwam.[xvi] Ten opzichte van derden-staten genieten deze vaartuigen immuniteit als staatschip wanneer zij door een staat geëxploiteerd worden en slechts voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt.[xvii]
Militaire hospitaalschepen
Ten derde is er de categorie militaire hospitaalschepen. Deze schepen zijn gebouwd of ingericht voor de humanitaire taak en uitsluitend bedoeld om hulp te verlenen aan gewonden, zieken en schipbreukelingen. Binnen de zeestrijdkrachten geldt het beschermingsregime van de Geneefse Conventie alleen voor deze laatste categorie. Hoewel dit regime juridisch de meeste bescherming biedt om de humanitaire taak te kunnen uitoefenen, staat daar wel tegenover dat het schip onder geen voorwaarde militaire activiteiten mag ondernemen en geen bewapening mag voeren waardoor het zichzelf niet kan verdedigen (meer hierover later in deze bijdrage).
Juridische indeling van maritiem-medische capaciteit. Uitzondering hierop vormt artikel 28 GCII, dat aangeeft dat ziekenboegen in geval van een gevecht aan boord van een oorlogsschip zo mogelijk ontzien en gespaard moeten worden. Voorbeelden van de categorieën binnen de maritieme strijdkrachten zijn Zr.Ms. Karel Doorman, RFA Argus en USMS Mercy.
Elk soort schip, inclusief oorlogsschepen, kan getransformeerd worden tot militair hospitaalschip. Zij kunnen zowel eigendom van de staat zijn, maar ook gehuurd of gevorderd worden op de civiele scheepvaart. Ter illustratie (ook van het onderliggende praktische dilemma) stip ik twee voorbeelden uit de recente Britse militaire geschiedenis aan. Tijdens de Falklandoorlog besloot de Britse regering het cruiseschip ss Uganda te vorderen en uit te rusten als hospitaalschip HMHS Uganda.[xviii] De hydrografische schepen HMS Hydra, Hecla en Herald werden getransformeerd tot hospitaal(ambulance)schepen en ingezet om gewonden richting het hospitaalschip te krijgen. Tijdens het Iraq-Kuwait conflict in 1990 werd het Britse hulpschip RFA Argus ingericht als hospitaalschip. Omdat het VK meende dat de bescherming van het schip niet kon worden gewaarborgd door slechts te vertrouwen op een groot wit vlak met een rood kruis en geen bewapening, zagen zij ervan af de Argus als hospitaalschip aan te merken. De Argus werd daarom een Primary Casualty Receiving Ship (PCRS), dat sinds 2009 ook de primaire functie van het schip is.[xix] Het is daarmee weliswaar een hospitaalschip in functie, maar niet in oorlogsrechtelijke zin, zodat het niet onder het beschermingsregime van de Geneefse Conventie valt.
Kernverschillen tussen de drie categorieën schepen met een medische capaciteit binnen de maritieme strijdkrachten van een staat.
Bijzonder regime hospitaalschepen
De Tweede Geneefse Conventie bevat de belangrijkste regels over hospitaalschepen. Een gebrek aan vertrouwen ligt ten grondslag voor deze uitgebreide set van regels. De praktijk toont namelijk dat zij vaker zijn misbruikt voor militaire doeleinden. De Conventie balanceert daarom een beschermingsregime voor hospitaalschepen met controlemaatregelen voor strijdende partijen. Hieronder stip ik drie onderwerpen (aanmerken als hospitaalschip, beschermingsregime en controlemaatregelen) en een tweetal discussies (bewapening en relatie met andere reddingvaartuigen) aan.
‘Om als hospitaalschip te worden aangemerkt, moet het vaartuig aan ten minste drie eisen voldoen’
Aanmerken als hospitaalschip
Om als hospitaalschip te worden aangemerkt, moet het vaartuig aan ten minste drie eisen voldoen. De eerste vereiste is een notificatie aan partijen, zodat formeel bekend is dat een schip als hospitaalschip te boek staat. De tweede vereiste, is dat een schip aan uiterlijke kenmerken moet voldoen. De Conventie wil dat het schip wit geschilderd is en zo zichtbaar als mogelijk voorzien is van rode kruizen op elke zijde en horizontale vlakken van het schip. De derde eis is inhoudelijk: het schip moet zich uitsluitend aan de taakomschrijving van een hospitaalschip houden, namelijk het verlenen van hulp en bijstand aan gewonden, zieken en schipbreukelingen.[xx] Hoewel het daarmee dus eigenlijk vrij makkelijk is een hospitaalschip aan te maken, liggen de daadwerkelijke uitdagingen natuurlijk bij het vinden en ombouwen van geschikte en beschikbare schepen en mogelijke overeenkomsten die afspraken tussen een civiele partij en de overheid verhelderen. Wellicht zijn daarnaast convenanten nodig tussen verschillende departementen ten aanzien van het beheer en controle over het schip. Dan zijn er uiteraard de medische eisen en moet een bemanning en medische staf samengesteld worden.
Speciale bescherming
Een schip dat is aangemerkt als hospitaalschip geniet tijdens een gewapend conflict speciale bescherming. Dat betekent in de eerste plaats dat het niet mag worden aangevallen of worden buit- of prijsgemaakt.[xxi] Hierin verschilt een hospitaalschip met hulpschepen in dienst van de staat die een dergelijke bescherming niet genieten. De bescherming is echter niet absoluut. Een hospitaalschip kan de beschermde status verliezen wanneer het zich niet houdt aan de taakomschrijving, alsook op het moment dat deze voor de vijand schadelijke handelingen onderneemt (acts harmful to the enemy).[xxii] Wanneer dit laatste het geval is, komt het speciale aan ‘speciale bescherming’ aan bod. Net als bij ziekenhuizen op land, houdt de bescherming namelijk niet meteen op, maar moet het hospitaalschip eerst gewaarschuwd worden en een redelijk termijn krijgen om de schadelijke handeling te stoppen.[xxiii] Pas daarna en wanneer het ook als militair doel te kwalificeren is, begint het vraagstuk op welke wijze een hospitaalschip dan kan worden aangegrepen.
Render van het toekomstige US Navy Expeditionary Medical Ship. Een vereiste van een hospitaalschip, is dat het moet voldoen aan enkele uiterlijke kenmerken (foto: Austal)
Controlemaatregelen
Een militair hospitaalschip is een staatsschip en geniet in vredestijd immuniteit tegenover andere staten. Het schip kan bijvoorbeeld niet zonder toestemming van de vlaggenstaat gevisiteerd worden. Tijdens een gewapend conflict moet een hospitaalschip echter een mate van controle dulden van de tegenstander(s). De tegenpartij mag het schip visiteren en onderzoeken of aan boord geen activiteiten plaatsvinden die schadelijk kunnen zijn voor de oorlogvoerende partijen.[xxiv] Tijdens een conflict mag een partij het schip bovendien ook een bepaalde koers voorschrijven, uit een gebied verwijderen en wanneer de ernst van de omstandigheden dit nopen enkele dagen vasthouden. Een andere controlemaatregel is het aan boord plaatsen van een commissaris van de tegenpartij. Ook moet een hospitaalschip visitatie dulden wanneer de tegenpartij de gewonden van zowel eigen als de vijandelijke partij als krijgsgevangenen opeist.[xxv] Het enige wat dit tegenhoudt is de vraag of een persoon medisch gezien fit genoeg is om te worden overgedragen.
Een tweetal discussies
Verschillende discussies bestaan ten aanzien van de regels over hospitaalschepen. Ik noem er twee: de mogelijkheid om hospitaalschepen te bewapenen, en de reikwijdte van de hulpverplichting van hospitaalschepen.
Bewapening
Controverse bestaat over het kunnen bewapenen van hospitaalschepen.[xxvi] De Conventie is hier niet expliciet over, maar een verbod wordt doorgaans gelezen in de regel dat het voorhanden hebben van wapens door de bemanning voor zelfbescherming van het personeel en het handhaven van de orde geen act harmful to the enemy oplevert. Net zo min als het aan boord hebben van wapens en munitie dat afkomstig is van zieken, gewonden en schipbreukelingen. Voorbij deze aanwezigheid van wapens loopt het schip risico dat de tegenstander dit als een voor de vijand schadelijke daad kan opvatten, waardoor het schip zijn bescherming kan verliezen.[xxvii]
Het beoefenen van de opvang van gewonden aan boord Zr.Ms. Karel Doorman tijdens Operatie Aspides, september 2024[xxviii] (foto’s: B. Westerveld | Mediacentrum Defensie)
Om alle twijfel tegen te gaan kiest het International Committee of the Red Cross (ICRC) daarom voor een strikte positie en verbiedt het alle scheepsbewapening, zelfs als wapensystemen slechts defensief kunnen worden ingezet.[xxix] Daartegenover staat de Amerikaanse praktijk waarin de USNS Comfort tijdens de Irakoorlog van 2003 werd uitgerust met wapens (50mm[xxx]) tegen kleine bootjes. Dit is geen onlogische beslissing in het licht van de toen recente terroristische aanvallen op de USS Cole (2000) en MV Limburg (2002) met kleine bootjes en de gedachte dat niet-statelijke actoren de bescherming van het rode kruis waarschijnlijk niet zouden respecteren. Het San Remo Manual meent dat verdedigingsmiddelen zoals chaff en flairs wel mogelijk zijn. Het eerdergenoemde voorbeeld van RFA Argus liet zien dat het al dan niet kunnen bewapenen van hospitaalschepen onderdeel is van de discussie wat onder de gegeven situatie de meeste bescherming oplevert: het juridische schild of het feitelijke schild. Het antwoord zal uiteraard context-afhankelijk zijn. In deze context speelt ook het vraagstuk over het al dan niet defensief kunnen bewapenen van koopvaardijschepen die in dienst van de staat zijn, zoals LTZ1 Ooms in een recente editie van het Marineblad aanstipte. [xxxi]
‘Het al dan niet kunnen bewapenen van hospitaalschepen is onderdeel van de discussie wat onder de gegeven situatie de meeste bescherming oplevert: het juridische schild of het feitelijke schild’
Hulp aan wie?
Een andere kwestie is reikwijdte van de hulpverplichting. De Conventie richt zich op de zorg voor de gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdende partijen.[xxxii] Desalniettemin kan het, wanneer conflict uitbreekt in de zeeën rondom het Europese schiereiland, ook te maken krijgen met drukke waterwegen en daarmee scheepvaart en personen die geen onderdeel zijn van de strijd. In de zuidelijke wateren van Europa kan het te maken krijgen met migratie op zee en overvolle bootjes in onzeewaardige omstandigheden. De reddingplicht van elke individuele gezagvoerder (die ook drukt op de commandant of gezagvoerder van een hospitaalschip) en het bestaande stelsel van redding op zee, waarin kustwachten een rol hebben, blijft vermoedelijk ook werken tijdens een grootschalig gewapend conflict. Maar de vraag is in hoeverre civiele hulpverlening op zee onder oorlogsomstandigheden doorgaat en of dit tot samenwerking of coördinatie met militaire medische schepen moet leiden.
De Conventie gunt het beschermingsregime ook aan kleine reddingvaartuigen in dienst van de strijdende partijen en aan officieel door de staat erkende schepen van kustreddingsmaatschappijen. Deze schepen zijn talrijker dan hospitaalschepen. Wanneer deze worden ingezet voor humanitaire hulpverlening van gewonde, zieke of schipbreuk-leidende militairen, geldt de bescherming slechts ‘voor zover militaire operaties dat veroorloven.’[xxxiii] Een recent voorbeeld van de inzet van Search and Rescue-schepen tijdens een gewapend conflict, is het Oekraïens gevlagde schip Saphir, dat kort na de Russische beschietingen op Slangeneiland tijdens de eerste dagen van de oorlog richting het eiland voer en onderweg werd vastgenomen door Rusland. Later werd de bemanning in een gevangenenuitruil teruggezonden naar Oekraïne.
Tot slot
Het hospitaalschip is een bijzonder fenomeen. Deze bijdrage heeft heel kort aangestipt dat er vanuit oorlogsrechtelijk perspectief context-afhankelijke keuzes te maken zijn, ten aanzien van het al dan niet willen inrichten van een militair hospitaalschip, die samenhangen met diverse capaciteits- en beschermingsvraagstukken. Daarnaast is een aantal kernregels met betrekking tot militaire hospitaalschepen onder de aandacht gebracht.
Noten
[i] Verenigde Staten: USNS Mercy en USNS Comfort. Rusland: Irtysh, Svir, Yenisey en Ob. China: 920 Peace Ark (Daishan Dao).
[ii] L.L. von Münching, De Nederlandse koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog. De lotgevallen van de Nederlandse koopvaardijschepen en hun bemanning (De Boer maritiem, 1978), 201.
[iii] C.E.L.Helfrich, Memoires, deel II (1950), 427.
[iv] Zie P. Kimenai, ‘Hr.Ms. Op ten Noort in Japanse dienst’, te raadplegen op: http://www.go2war2.nl/artikel/2690/Hospitaalschip-Hr-Ms-Op-ten-Noort.htm?page=1
[v] Trbld. 1978, 176. Overeenkomst inzake schadeloosstelling door Japan voor het tot zinken brengen van het s.s. Op ten Noort.
[vi] Kamerstukken II, 1978-1979, 15 462 (R 113), nr. 1.
[vii] Oranje, Tjitjalenka, Tasman, Maetsuycker, Ophir en Melchior Treub.
[viii] Artikelen 22, 24, 25 GCII.
[ix] Dit schip werd in 1918 in de Noordzee getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot UB 107.
[x] https://mercyships.be/africa-mercy/.
[xi] W. Heintschel von Heinegg, ‘The Status and use of hospital ships in times of peace and war: law of the sea, maritime law and the law of naval warfare’, in Ocean Yearbook (2023) 37, 481-505, 482.
[xii] https://www.defensie.nl/onderwerpen/materieel/schepen/joint-logistic-support-ship-jss
[xiii] https://maritime-executive.com/article/italy-deploys-fleet-oiler-to-serve-as-floating-hospital-off-gaza.
[xiv] Zie M.D. Fink, ’Het maritiem staatsnoodrecht’, in Militair Rechtelijk Tijdschrift, afl. 3 (2024). https://puc.overheid.nl/mrt/doc/PUC_773259_11/1/.
[xv] Zie artikel 29 VN-Zeerechtverdrag.
[xvi] S. Woodward, One Hundred Days (1992), 417-422.
[xvii] Artikel 96 VN-Zeerechtverdrag.
[xviii] https://www.nmrn-portsmouth.org.uk/sites/default/files/Hospital%20ships.pdf
[xix] W. Heintschel von Heinegg,’Current legal issues in maritime operations: maritime interception operations in the global war on terrorism, exclusion zones, hospital ships and maritime neutrality’, in International law studies, vol. 80 (2006), pp. 207-234, 222.
[xx] Art. 30 GC II .
[xxi] Art. 22 GCII.
[xxii] Artikel 34 en 35 GCII.
[xxiii] Art. 34 GCII.
[xxiv] Artikel 31 GCII.
[xxv] Artikel 14 GCII.
[xxvi] Para. 10.4.1.6.3 NPM.
[xxvii] Aretikel 35 GCII.
[xxviii] Margés, J., ‘De Klap die gelukkig niet kwam’, in Landmacht (2024) 7, zie: https://magazines.defensie.nl/landmacht/2024/07/03_karel-doorman
[xxix] Para 2420 Commentary to the Second Geneva Convention, 2017.
[xxx] MS. Baker, JB. Baker, FM Burkle, ‘Arming Hospital Ships of the Future: Hybrid Wars Require a Major Change’ (2024) 189:1-2 Military Medicine,110-118.
[xxxi] W.M. Ooms, ‘Het vergeten concept van defensie koopvaardij’, in Marineblad (2025) 1, 38-45.
[xxxii] Artikel 13 GCII.
[xxxiii] Art. 27 GCII.
Gerelateerd
Hoe de Koninklijke Marine aan de nieuwe generatie Anti-Submarine Warfare werkt
Door de toegenomen Russische dreiging op de Noord-Atlantische Oceaan moderniseert Defensie met de introductie van het nieuwe ASW-fregat. De…
'Maximaliseren van gevechtskracht!'
'Ben je meer van boven water, dan is mijn credo start je carrière bij de Mijnendienst, ga vervolgens varen bij GBW en maak daarna…
Het Future Maritime Operating Concept
De behoefte aan het zogenoemde Future Maritime Operating Concept (FMOC) ontstond enerzijds om in discussies over de Strategie- en…

