De toekomstige AUKUS-onderzeeboten

Enkele eerste inzichten van 'Down Under'

President Joe Biden greets British Prime Minister Rishi Surnak and Australian Prime Minister Anthony Albanese the AUKUS bilateral meeting in San Diego, Calif, March 13, 2023. (DoD photo by Chad J. McNeeley)Foto: De Amerikaanse president Joe Biden, de Britse premier Rishi Sunak en de Australische premier Anthony Albanese bij AUKUS-bijeenkokmst in San Diego, 13 maart 2023 (U.S. Secretary of Defense)

Het is alweer vier jaar geleden toen de wereld werd verrast door een persconferentie van de Australische premier Scott Morrison. Op 15 september 2021 gaf hij, samen met President Joe Biden en de Britse PM Boris Johnson, die beiden inbelden, een korte verklaring af. Een nieuw partnerschap tussen de drie landen werd opgericht: AUKUS (Australië, UK, US). Australië zou zo’n acht nucleaire onderzeeboten gaan bouwen en intensief samenwerken op het gebied van nieuwe technologieën. Het werd natuurlijk benadrukt dat het om nucleaire voortstuwing ging; niet om nucleaire wapens. Terloops werd het contract met de Franse werf Naval voor twaalf dieselelektrische onderzeeboten opgezegd. 

 

Maandenlang hadden de drie Five-Eyes partners in het geheim overleg gevoerd. De beslissing was groot en werd snel genomen. Op dat moment zat Nederland eveneens midden in een besluitvormingsprocedure om de vier Walrusklasse onderzeeboten te vervangen. In 2014 had Den Haag besloten ze te vervangen; uiteindelijk kreeg het Franse Naval tien jaar later de opdracht om vier dieselelektrische onderzeeboten te bouwen. Het Nederlandse besluitvormingsproces nam zo meer tijd in beslag dan de constructie van een onderzeeboot (of twee), en was zeker niet minder ingewikkeld. De benaderingen van Australië en Nederland lijken haaks op elkaar te staan. Toch biedt de AUKUS-casus waardevolle inzichten over onderzeeboten in het algemeen. 

Ten eerste bracht AUKUS het belang van onderzeeboten weer scherp onder het voetlicht. Na het einde van de Koude Oorlog lag de focus vooral op het landdomein (zoals Afghanistan en andere missies), en controle van de zee leek vanzelfsprekend. Onderzeeboten werden vooral gezien als inlichtingenplatforms die tevens heimelijk special forces kunnen afzetten. Met de terugkeer van ‘great power competition’ komt de ware kracht van de onderzeeboot weer naar voren. Het is immers een platform dat op strategisch niveau effecten realiseert. De strategische waarde van onderzeeboten werd onlangs bevestigd tijdens de NAVO-oefening Steadfast Duel. Zo waren ‘ongelokaliseerde’ vijandelijke onderzeeboten een grote zorg voor de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR). Vijandelijke onderzeeboten kunnen immers NAVO-smaldelen bedreigen, de essentiële Sea Lines of Communication tussen de VS en Europa verstoren alsook het Amerikaanse homeland bestoken met raketten. Alleen al het vermoeden dat een onderzeeboot ergens ligt, kan de strategische calculus op het allerhoogste niveau veranderen. Toen men in de jaren negentig tijdens het Joegoslavië-conflict liet weten dat er een Walrus-boot voor de kust lag, was de impuls bij de Servische marine om uit te varen plotseling weg.


‘Het vermoeden dat een onderzeeboot ergens ligt, kan de strategische calculus op het allerhoogste niveau veranderen’


De keuze voor een nucleair of dieselelektrisch aangedreven onderzeeboot, is een dilemma voor sommige landen. Onlangs heeft ook Zuid-Korea aangegeven te kiezen voor nucleaire onderzeeboten. Vanuit militair oogpunt is de Australische keuze voor kernonderzeeërs logisch. Wil men patrouilles uitvoeren in de Zuid-Chinese Zee, duizenden kilometers van Australië vandaan, dan is nucleaire voorstuwing essentieel. Kernonderzeeërs hebben een bijna onbeperkt uithoudingsvermogen en kunnen zich veel sneller verplaatsen dan dieselelektrische boten. Zo blijft het vermogen en de slagkracht van een kernonderzeeër, vergeleken met een dieselelektrische boot, van een andere categorie. Dit geldt overigens ook voor de prijs. Het voorlopig prijskaartje voor de AUKUS onderzeeboten – weliswaar over dertig jaar – wordt op het astronomische bedrag van $ 380 miljard geschat. De rest van de Australische marine en krijgsmacht zullen zich afvragen of er nog geld voor hen overblijft. Een dieselelektrische onderzeeboot is wellicht een minder krachtig wapen dan een nucleair-aangedreven onderzeeboot, maar zijn prijs/effect-verhouding blijft meer dan gunstig.

Vervolgens is de wijze waarop de boten worden aangeschaft van belang. Australië heeft nog geen eigen onderzeebootindustrie, maar is van plan om zelf, met hulp van het VK, de kernonderzeeërs te bouwen. Dit is hoog gegrepen voor een land van amper 27 miljoen inwoners (en ruim 40 miljoen kangoeroes, maar dat terzijde), wiens economie voornamelijk draait op de export van grondstoffen naar China – juist het land dat ‘afgeschrokken’ moet worden. Daarnaast zijn de beoogde acht boten niet genoeg om een eigen industrie in stand te houden. Frankrijk en het VK bouwen eveneens hun eigen nucleaire onderzeeboten, maar houden hun werven draaiend met twee cycli: de bouw van zes of zeven aanvalsboten (SSN), afgewisseld met de constructie van vier ‘boomers’ (SSBNs) met ballistische raketten. De werven moeten namelijk om de twee tot vier jaar een boot produceren, want bij te lange stilstand gaat de kennis verloren. Hier weet Nederland overigens alles vanaf. Daarnaast rekent Canberra op Washington voor de bouw en levering van de eerste drie boten. De VS kunnen momenteel niet eens voldoende onderzeeboten produceren om aan de eigen vraag te voldoen. Volgens sommige statistieken produceren de VS 1,4 onderzeeboten per jaar, terwijl China er twee bouwt. In andere woorden, het is nog maar zeer de vraag of de AUKUS-boten binnen de gestelde tijdslijnen en budgetten verschijnen. De Nederlandse benadering om expeditionaire onderzeeboten op maat te laten bouwen door Naval lijkt zo onverstandig nog niet.

Vervolgens is politiek en publiek draagvlak van groot belang. In de Australische politiek is er best steun voor AUKUS, maar zijn er ook enkele prominente tegenstanders, waaronder een voormalige premier en een voormalige commandant van de Onderzeedienst. Er is ook een roep om meer transparantie, want alles was snel en in het geheim besloten. Als straks de voorziene problemen bij de constructie opstapelen, en de kosten beginnen te knellen, dan kan het publieke draagvlak een probleem worden. In Nederland scheelde het een haar of de Onderzeedienst was in 2004/2011 opgeheven; de maritieme patrouillevliegtuigen hadden minder geluk. Met de toegenomen dreiging uit Rusland is het belang van onderzeeboten evident geworden, en gelukkig is het publieke debat inmiddels het niveau overstegen van ‘waarom hebben we onderzeeboten nodig tegen de Taliban?’ Desalniettemin is verder investeren in publiekscommunicatie van groot belang. Tegenwoordig zijn immers goedkope drones (ook op- en onderwater) de rage: ‘meer hebben we toch niet nodig om een oorlog te winnen?’ Daarnaast gaat her en der een stem op voor Nederlandse kernonderzeeërs. Deze zijn vanuit militair oogpunt wellicht te onderbouwen, maar vanuit een financieel of politiek perspectief waarschijnlijk niet.


‘Het personeel blijft de kritische succesfactor’


Het zal nog een aantal jaar duren voordat AUKUS de eerste vruchten aflevert, en het duidelijk wordt of de sprong een verstandige was. De Nederlandse onderzeeboten worden eerder afgeleverd; de eerste zal rond 2032 operationeel moeten zijn. Voor de Onderzeedienst wordt het even wennen om in zee te gaan met de Franse industrie en marine; voorheen was immers de primaire partner de Britse Onderzeedienst. Desalniettemin zijn de Fransen zeer professioneel, en biedt een nauwere samenwerking met hen veel potentieel. Wel zou de Nederlandse kant er goed aan doen om te investeren in een taalcursus, waarbij ‘Frans voor beginners’ voor velen al een uitdaging zal vormen. Het personeel blijft de kritische succesfactor, want de huidige boten komen moeilijk naar zee door tekorten met bemanningen. Er is nog even tijd om nieuwe personeel te werven (en ervaren personeel te behouden!), want Nederland zal straks zes bemanningen vormen om drie onderzeeboten operationeel te houden.

Alle verre toekomstplannen ten goede, blijft er nog een laatste factor van betekenis over. De directeuren van meerdere grote Westerse inlichtingendiensten waarschuwen dat zowel Rusland als China voor 2029 gereed willen zijn voor een mogelijk conflict met de NAVO of de VS. Dus als de nieuwe onderzeeboten nog niet in dienst zijn, en de huidige Australische en Walrusboten tegen het einde van hun technische levensduur lopen. Dan komt het adagium van Rumsfeld van pas: je gaat de oorlog in met de krijgsmacht die je hebt, niet diegene die je zou willen hebben. Kortom, men moet juist nu investeren in gereedheid en afschrikking, anders hebben Australië, Nederland – en overigens de rest van de wereld – straks een probleem.

 

Sergei Boeke is Politiek Adviseur (POLAD) bij het Allied Joint Support & Enabling Command (JSEC).

pdfDownload deze gastcolumn

Nederland, Bergen NH 12 juli 2022 Berend van de Kraats oud-onderzeebootcommandant. Foto: Bianca Sistermans

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave