Chinese Gast
Westelijk Georgië, 19 augustus 2024
‘Haal uw kinderen en vee binnen, sluit uw deuren en ramen! Leg kleden over uw etenswaren en dek uw waterputten af!’
Het schrille geluid van het alarm doorboort de rust van deze mooie zomeravond. De klank komt uit de megafoon van een spraywagen die over onverharde straten door het dorp heen rijdt. De wagen rijdt stapvoets, het geluid vult de gehele omgeving. Ik probeer er niet door afgeleid te raken, wil mijn aandacht bij het verhaal van mijn gesprekspartner houden. Die gesprekspartner is Wolf Wolfszoon, een van de natuur bezeten boer met land in Westelijk Georgië. Wolfszoon voelt een sterke band met zijn zwarte aarde. Volgens hem komt dat omdat hij is geboren op de Dag van de Aarde. Over zijn onlosmakelijke band met zijn grond vertelde hij mij op de dag dat ik hem leerde kennen. Dat was in Afghanistan, waar wij toen beide dienden. Dag-van-de-Aarde-Wolfszoon is naast boer ook militair in het Georgisch leger. Van het salaris dat hij in het leger verdient (zo’n 400 euro per maand) koopt hij zaden voor de aanplant van zijn gewassen, en medicijnen voor zijn koeien en zijn moeder. Na die aankopen is zijn bescheiden officierensoldij op. Vandaar de baan als militair naast het leven van boer, om de boerderij en de familie draaiende te kunnen houden. Zijn jongere broer doet hetzelfde en ook hij diende in Afghanistan. Zo trekken de zonen naar verre, gevaarlijke oorden om daar het land van anderen te verdedigen en daarmee ook het land van henzelf.
‘Ons land is ons grootste geschenk’, legt Wolfszoon uit. ‘Ik kreeg het van mijn vader, en die weer van zijn vader. Zo zal ik op een dag de boerderij doorgeven aan mijn zoon. Maar voor mijn grootvader eigenaar werd van de boerderij stond het land niet op zijn naam.’ Wat nu een verzameling is van kleine boerderijtjes, weelderig gerangschikt in elkaars schouder, was toen een strakke chozjajstgvo; een mega-boerderij, eigendom van de staat. De mensen die er werkten waren in loondienst van de staat, hier werd gewerkt aan het verbouwen van hooi voor het vee aan de kust. Aan de kust, daar is de grond te zilt voor grasland. ‘Wij zorgen daarom hier voor het hooi voor de koeien bij Poti aan de Zwarte Zee. Mijn grootvader heeft geluk gehad dat hij het stukje land in de jaren ’70 heeft kunnen kopen. Zo is het nu van ons. Met het stuk grasland, de velden met mais, onze twaalf koeien de moestuin en mijn werk als militair kunnen we als boeren verder leven. Mijn moeder maakt van de melk sulguni, een traditionele kaassoort, die ze op donderdag op de markt verkoopt. Wij zijn sterk en gezond omdat wij iedere dag frisse sulguni eten en verse groenten en fruit uit eigen tuin.’
‘Wij zijn sterk en gezond omdat wij iedere dag frisse sulguni eten en verse groenten en fruit uit eigen tuin’
Terwijl ik geconcentreerd naar het verhaal van Wolfszoon luister bekijk ik hoe een pluis van een uitgebloeide bloem door de wind vanaf het dak van de koeienstal wordt weggeblazen. Die koeienstal is een doorn in mijn oog en verstoort voor mij de landidylle. Het zijn niet de koeien met hun aandoenlijke kalfjes die voor mij dat beeld tenietdoen, maar de gebroken asbestplaten op het dak. Ik heb het er met Wolfszoon over gehad, hoe in Nederland zulke asbestplaten door mannen in witte pakken uiterst nauwkeurig moeten worden verwijderd. ‘Geen beginnen aan in Georgië’, roept hij uit. ‘Sinds Sovjettijden zijn alle stallen, scholen, kantoren uit asbestplaten opgebouwd. Dat alles saneren, daar is geen beginnen aan. Daarbij kan niemand zo’n operatie betalen.’ Ik kijk naar hoe het pluisje door het zonlicht zweeft in een wolk van schitterende asbestvezel. Zachtjes dwarrelt de wolk boven de moestuin naar beneden.
‘Waarom komt de spraywagen langs?’, vraag ik aan Wolfszoon. ‘Die komt om de plaag van stinkwantsen te bestrijden. Halyomorpha halys – bruingemarmerde stinkwants. Het kevertje is afkomstig uit China waar het welig tiert en ook een lekker hapje vormt voor haar natuurlijke vijanden. De kever heeft zich tien jaar geleden uitgebreid naar Georgië, meegelift op een van de schepen wellicht, of op een trein. De wantsen richtten bij ons grote schade aan de hazelnootproductie aan. Het insect is ook gezien in delen van Europa. Jullie moeten ook oppassen daarvoor! De stinkwantsen hebben klieren die defensieve stoffen produceren. Vooral als het warm is ruiken we ze goed. Het zijn zelf kleine vieze spraywagentjes!’, roept Wolfszoon uit. Ik lees de afschuw van zijn gezicht.
De vader van Wolfszoon komt ook aan tafel zitten. Hij vertelt graag over zijn lange staat van dienst in de Georgische marine. Vele reizen maakte Senior over de Zwarte en de Zee van Azov, kriskras van Poti naar Pivdennyi, door naar Karaburun en vanuit daar naar Kherson, dan weer terug over Skadovsk. Het was routinematig, maar ook heel mooi werk. Senior vertelt er graag over, maar zijn verhaal stokt bij de gebeurtenissen van de 8e augustus, inmiddels alweer 16 jaar geleden. Met de aanval op de haven van Poti als onderdeel van de Russisch-Georgische oorlog brandde die dag het grootste deel van de Georgische vloot af, waaronder ook het fregat waarop Senior diende. Het bittere inferno luidde het einde van de Georgische marine in. Senior bleef daarna nog een paar jaar in dienst van het Georgische leger, want ieder manschap was in de jaren van oorlog van belang. Toen het na een aantal jaren weer rustiger werd en hij ouder, monsterde Senior aan op een toeristensloep. Ieder uur een rondje over de golven voor Batumi, met toeristen uit Rusland en Turkije. Die toeristenboten varen nu nog steeds, en nog steeds zijn ze vol beladen met dezelfde toeristen. Senior vaart tegenwoordig niet meer mee, heeft zich teruggetrokken op de boerderij, geniet daar van zijn koeien en de alcohol.
Met die alcohol dempt Senior zijn nare dromen, waaraan hij nog geregeld lijdt. Dromen die uren lijken te duren en hem terugbrengen naar zijn oorlogstijd. Als hij in de ochtend wakker wordt, dan voelt hij zich alsof er zich in de nacht een gedaantewisseling heeft voorgedaan. Terwijl zijn vrouw en zonen de gedaantewisseling klakkeloos lijken te accepteren, vraagt Senior zich af waarom niemand iets zegt over het feit dat hij door zijn oorlogsherinneringen in een ander wezen veranderd is.
‘Glorietijden zullen herleven in de Zuidelijke Kaukasus dankzij de nieuwe Middencorridor!’
Wanneer Senior overdag op momenten meer alert is, dan vertelt hij ook over de veranderingen die tegenwoordig plaatsvinden in de Georgische havens aan de Zwarte Zee. ‘Vroeger waren dat maar kleine haventjes, relatief gezien’, vertelt Senior. ‘Het was er niet diep, waardoor de grotere schepen er niet konden komen. Maar tegenwoordig kunnen zelfs de grootse cruiseschepen aanleggen in Batumi, Dubai aan de Zwarte Zee.’ Chinese arbeiders hebben de havens uitgebaggerd, waardoor die veel dieper zijn geworden. Het partnerschap tussen China en Georgië heeft daarvoor gezorgd. ‘Opeens zijn wij hier in Georgië het midden van de wereld, want de Chinezen laten zien dat wij kunnen dienen als een unieke verbinding tussen de westelijke en de oostelijke regio. Maar om onze rol als knooppunt werkelijk waar te kunnen maken hebben we wel een betere infrastructuur nodig.’
Nu nog is de E60, hoofdader van oost naar west, vooral een eeuwig verstopte probleemader die het vervoer van mensen en goederen een infarct bezorgd. ‘Maar in de toekomst gaat dat heel anders worden’, zegt Senior. ‘Overal langs de E60 wordt gebouwd door de Chinezen. Ze bouwen prachtige tunnels en viaducten, dwars door ons ruige berglandschap. En in Khadori is een machtig mooie waterkrachtcentrale gebouwd die zorgt voor energie voor de hele regio. Allemaal gebouwd door pientere Chinese ingenieurs! Ons land komt er de komende jaren heel anders uit te zien’, zegt Senior. ‘Een ware gedaantewisseling! Nieuwe handelsroutes zullen voor ons open gaan, vanaf Kazachstan over de Kaspische Zee, naar Azerbaijan en verder door Armenië, door naar Turkije, zo Europa in. Die noordelijke corridor die wij vroeger met de marine bevoeren, ver weg langs de Krenkel Baai, die is straks helemaal niet meer nodig. Alles kan veel sneller, veel goedkoper, veel efficiënter via Georgië! Je zult zien, dat zal ook onze havens aan de Zwarte Zee ten goede komen. Glorietijden zullen herleven in de Zuidelijke Kaukasus dankzij de nieuwe Middencorridor!’
Ik denk aan de dorpen van prefab containers die ik nu al een aantal zomers zie groeien langs de E60 tussen Tbilisi en Batumi. Steeds verder uitdijende dorpen midden in het niets langs de schouders van de snelweg die eeuwig onder constructie is. Hier wonen de Chinese arbeiders, je ziet ze voor hun prefab huisjes zitten. Eerst enkel mannen, in zwarte overalls. Maar tegenwoordig lijken hun vrouwen zich bij hen te hebben gevoegd, zie ik naast de prefab huisjes ook klimrekken en schommels staan. Steeds meer lijken het blijvertjes, de Chinese systemen verankeren steeds dieper in de Georgische infrastructuur en in het Georgisch sociaal leven.
‘Haal uw kinderen en vee binnen, sluit uw deuren en ramen! Leg kleden over uw etenswaren en dek uw waterputten af!’ De spraywagen rolt weer voorbij. ‘Ze zeggen dat het gif enkel de stinkwantsen doodt’, zegt Wolfszoon, ‘maar waarom waarschuwen ze ons dan? Het is erg dat we deze giftige stof over ons heen krijgen, we leven hier verder juist zo gezond. Die verdomde Chinese stinkwantsen, raken we er ooit nog vanaf? Ik heb een gruwelijke hekel aan die gasten! Nooit hebben we ze uitgenodigd of welkom geheten, en nooit komen we weer van hen af’.
Meer gastcolumns van Caecilia van Peski
KLTZ (SD) drs. Caecilia Johanna van Peski (1970) studeerde Onderwijs- en Cultuurpsychologie en Civiel-Militaire Interactie. Zij werkte vervolgens voor verschillende multilaterale organisaties, waaronder de EU, NAVO, OVSE en de VN. In 2024 is zij vanuit de Koninklijke Marine uitgezonden naar het bureau van het United States Security Council (USSC) in Ramallah, Westelijke Jordaanoever. Zie www.vanpeski.org.


