De kwetsbaarheid van kleinschaligheid
We moeten als Nederlanders niet vergeten dat het Koninkrijk ook in het Caribisch gebied gelegen is. Nu zal dat bij de Koninklijke Marine niet gauw gebeuren, omdat er altijd een belangrijke militaire aanwezigheid is. Zoals we weten beschrijft artikel 97 van de Grondwet de taken van de krijgsmacht. Het eerste lid luidt: ‘Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.’ Dat gaat dus ook over Aruba, Curaçao en Sint-Maarten en Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
Defensie draagt bij aan de verdediging en de bescherming van de belangen van de eilanden. Met rond de 800 militairen en een schip zorgt de krijgsmacht voor een belangrijke aanwezigheid. Onze bondgenoot in de NAVO, de Verenigde Staten, waardeert dat. Zo bieden de vliegvelden Hato en Reina Beatrix plaats voor een Amerikaanse Forward Operating Location en wordt bijgedragen aan de bestrijding van drugssmokkel en kunnen ontwikkelingen in het instabiele Venezuela gevolgd worden. De regio is ook in geopolitieke zin belangrijk: China breidt haar invloed uit en Rusland onderhoudt nauwe banden met Venezuela, Cuba en Nicaragua. Venezuela maakt bovendien aanspraak op de Benedenwindse eilanden.
Nederlandse ambtenaren en militairen komen met regelmaat op de Antillen. Ik stuitte deze zomer op een boek dat stampvol nuttige informatie zit voor ieder die daar een tijd gestationeerd is. Van harte aanbevolen is Gert Oostindie en Wouter Veenendaal, Ongemak; Zes Caribische eilanden en Nederland. Het is uitgegeven bij Prometheus. Het gaat niet al te diep in op de internationaal-politieke context, maar geeft wel een schat aan informatie over de problemen waarmee de bevolking te kampen heeft en over de ongemakkelijke verhoudingen tussen Nederland en de Antillen.
De verhoudingen binnen het Koninkrijk zijn sinds 10 oktober 2010 veranderd. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn zelfstandige landen geworden en Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn openbare lichamen (een soort bijzondere gemeenten) binnen Nederland geworden. Het boek heeft aandacht voor thema’s die op de eilanden belangrijk zijn, zoals onderwijs en de problematiek van school drop-outs, en gaat ook in op sociale problemen als armoede, de grote diversiteit onder de eilandbewoners en de verschillen tussen de eilanden en op de impact van de slavernijgeschiedenis. Wat opvalt in het boek is de kleinschaligheid van de eilanden. Veel van de problematiek wordt daaraan opgehangen. Kleinschaligheid maakt de eilanden kwetsbaar in politiek, economisch, geopolitiek en demografisch opzicht, maar ook in de interne bestuurlijke verhoudingen. De politiek wordt gedomineerd door lokale elites en wordt vaak gekenmerkt door vriendjespolitiek, patronage en alle risico’s van corruptie die daardoor ontstaan.
‘Aan Nederlandse kant zijn er sterke sentimenten dat wij van de Antillen af moeten’
De titel ‘Ongemak’ is een kernachtige typering van de verhoudingen tussen de Nederlandse en de Caribische delen van het Koninkrijk. Op de eilanden vinden ze dat Nederland zich te veel met hen bemoeit. Nederlanders zijn in hun ogen arrogant, zowel bestuurders alsook de toeristen die er komen. Toch willen maar weinig mensen met Nederland breken. De band levert materiele voordelen op en veiligheid in de internationale verhoudingen.
Aan Nederlandse kant zijn er sterke sentimenten dat wij van de Antillen af moeten. Vooral omdat ze alleen maar geld kosten, zo is de klacht. Nederland heeft te weinig oog voor de lokale culturen. Kortom: van alle kanten is er ontevredenheid, maar zitten volgens Oostindie en Veenendaal gevangen in een constellatie die niet kan worden veranderd. Als je daar naartoe gaat, houd dan een beetje rekening met de gevoeligheden. We kunnen elkaar niet missen.
Prof. dr. Theo Brinkel is KVMO hoogleraar Militair-maatschappelijke studies aan de Universiteit Leiden.


