F126
Render van het Duitse fregat F126 (bron: Damen Naval)

Zeitenwende ter zee

Toekomstvisie Duitse marine 2035 en daarna

In april 2023 presenteerde de Duitse marine haar toekomstplannen voor 2035 en daarna. In een handzame brochure (“Das Zielbild für die Marine ab 2035)” wordt beschreven over welke capaciteiten de Duitse marine in de toekomst moet beschikken. Het opstellen en publiceren van dit document is natuurlijk een gevolg van de veranderende geopolitieke situatie, maar ook geschreven met het oog op snelle technologische ontwikkelingen, ook in het maritieme domein. Concreet: de aanval in februari 2022 van Rusland op Oekraïne, de toetreding van Zweden (waarschijnlijk) en Finland tot de NAVO, en de snelle ontwikkeling van onbemande systemen en kunstmatige intelligentie zijn de drijvende krachten achter dit document. Met het document moet een duidelijke koerswijziging ingezet worden ten opzichte van de huidige visie.[i]

 

De Duitse marine besteedt veel tijd en moeite aan het onder de aandacht te brengen van dit Zielbild, onder andere door lezingen en presentaties van Duitse vlagofficieren. Voor Nederlandse marineofficieren is het belangrijk om hier ook kennis van te nemen, niet alleen vanwege de relaties tussen beide krijgsmachten en marines, maar ook vanwege de prominentere rol die Duitsland op militair vlak in Europa zal gaan spelen. Dit artikel gaat eerst kort in op de politieke ambitie van Duitsland, geeft daarna de prioriteiten en grondbeginselen van dit toekomstbeeld weer en sluit af met een conclusie.

‘Zeitenwende’, ook voor de Duitse marine

Bondskanselier Olaf Scholz heeft in 2022 tijdens een conferentie uitgesproken dat de Bundeswehr de hoeksteen van de conventionele strijdkrachten in Europa moet worden en daarnaast de best uitgeruste krijgsmacht van Europa.[i] De hoofdtaak van de Duitse krijgsmacht, zo wordt duidelijk gesteld, is de verdediging van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten, alle andere taken zijn hieraan ondergeschikt. Na twee decennia uitvoeren van kleinere missies in Afghanistan, Mali, Niger en UNIFIL is dit een radicale wijziging. De verwachtingen van Scholz zijn dat de Bundeswehr significant bijdraagt aan de taken van de NAVO, zoals opgesteld in het Strategisch Concept van het bondgenootschap: geloofwaardige militaire afschrikking, het voorkomen en managen van internationale crises en tot slot op veiligheidsgebied samenwerken met andere landen. Hierbij ligt de nadruk echter duidelijk op afschrikking. Voor de Duitse marine betekent dit het garanderen van continue militaire aanwezigheid en paraatheid op de Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee.

Tegelijkertijd zorgen snelle technologische ontwikkelingen voor grote veranderingen in het operationele maritieme domein. Een veelvoud aan – nieuwe – sensoren en zorgt voor een grote hoeveelheid data, dat ertoe leidt dat het strijdtoneel transparanter wordt. Met behulp van complexe IT-systemen en kunstmatige intelligentie moet deze data worden omgezet in een eenduidig operationeel beeld. Mogelijke tegenstanders beschikken echter ook over deze capaciteiten, alsook over hoogwaardige wapensystemen. Dit zorgt voor korte reactietijden en mogelijk beperkte opties tot zelfverdediging. Als gevolg hiervan houdt de Duitse marine rekening met zware verliezen in het geval van een oorlog. Omdat mensenlevens kostbaar zijn, verwacht de Duitse marine hierdoor ook een duidelijke toename van het aantal onbemande systemen, die onderdeel gaan uitmaken van een netwerk van bemande en onbemande systemen.

‘De Duitse marine houdt rekening met zware verliezen in geval van een oorlog’

De zeven prioriteiten

De Duitse marine beschrijft zeven prioriteitsgebieden voor het toekomstige optreden:

  1. Aanwezigheid: door middel van militaire aanwezigheid in staat te zijn om politieke wil uit te drukken en om daarmee tevens een sterk signaal van solidariteit met bondgenoten uit te stralen. Door middel van aanwezigheid draagt de marine ook bij aan het opbouwen en behouden van overzicht in het operatiegebied;
  2. Maritieme striking power: het beschikken over de capaciteiten om vanuit zee aanvallen op landdoelen uit te voeren, om de vrijheid van handelen van een tegenstander te beperken. Dit is met name voor het operationeel beschikbaar houden van de Oostzee van belang;
  3. Optreden bovenwater: het hebben capaciteiten om vijanden bovenwater en in de lucht aan te grijpen, om hierdoor de vijand toegang tot een zeegebied te ontzeggen. Dit is van essentieel belang om Sealines of Communication te garanderen, vooral op de Noord-Atlantische Oceaan en de Oostzee;
  4. Optreden onderwater: het beschikken over mogelijkheden om tegen vijandelijke onderzeeboten en andere onderwatervaartuigen op te treden, vooral door de grote economische en militaire schade die deze systemen kunnen aanrichten;
  5. Optreden in kustwateren en kustverdediging: in staat zijn om zich tegen vijandelijke hybride operaties te verdedigen, ook door het beschikken over special forces en amfibische eenheden. Dit geldt vooral voor de Oostzeekust. Door de geografische ligging van de Oostzee wordt deze dreiging daar als reëel ingeschat;
  6. Maritime situational picture: het vermogen om een actueel en correct beeld van de maritieme omgeving vast te stellen, om hierdoor de eigen handelingsmogelijkheden te bepalen. Hiervoor heeft de marine eigen sensoren en analysecapaciteit nodig, en daarnaast de structuren om snel data te kunnen uitwisselen met andere instanties en experts;
  7. Robuuste Command and Control: om voortzettingsvermogen te hebben wil de marine beschikken over eigen capaciteiten om operaties te leiden. De ambitie is daarom om naast de eigen nationale operaties, ook in staat te zijn een maritieme NAVO-taakgroep te leiden. Daarnaast bestaat de behoefte aan een versterkt (‘bunker’) alternatief hoofdkwartier als terugvallocatie.

Samenstelling van de vloot

De NAVO vraagt van de Duitse marine hoogwaardige capaciteiten, voor taken gericht op de Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. De volgende aspecten zijn daarvoor, volgens het Zielbild, van belang: marineschepen moeten in staat zijn om multi-domain operations uit te voeren op de Noord-Atlantische Oceaan, ook over grote afstanden. Hiervoor moeten de schepen zijn uitgerust met striking power en ontworpen zijn om een grote kans van overleven te hebben. Deze schepen moeten worden aangevuld met onbemande systemen (zowel varend als vliegend). De situatie in de Oostzee vraagt, na uitbreiding van de NAVO, vooral om eenvoudige, goedkope, onbemande systemen, die in grote aantallen beschikbaar moeten zijn.

Infografiek 2035

De toekomstige structuur van de Duitse Marine (bron: Das Zielbild für die Marine ab 2035 | Bundeswehr 2023)

Grondbeginselen

Om deze prioriteiten goed uit te kunnen voeren, zijn vier grondbeginselen gedefinieerd. Het eerste grondbeginsel is dat het beschikken over massa van essentieel belang is. Massa, ofwel het beschikken over significante aantallen (zowel qua eenheden als personeel), leidt tot weerbaarheid. De marine rekent met het klassieke concept dat drie eenheden beschikbaar moeten zijn om een operationele eenheid continu in te kunnen zetten. Ook ontstaat weerbaarheid door standaardisering van materieel, waardoor uitwisselbaarheid van personeel, training en reservedelen ontstaat. Het tweede beginsel is dat de marine toekomst georiënteerd is. Dit betekent enerzijds dat de marine in staat is snel nieuwe systemen en concepten te evalueren en te implementeren, en anderzijds dat men voor wat betreft personeel rekening houdt met demografische ontwikkelingen. Als derde grondbeginsel is vastgelegd dat de marine bijdraagt aan Multi-Domain Operations. Dit wordt vormgegeven door het denken in systemen, waarbij capaciteiten onderdeel zijn van een netwerk, swarm-capable en waar mogelijk onbemand. Ook worden deze operaties ondersteund door het ontwikkelen van strike capabilities. Als laatste komt het beginsel weerbaarheid. De marine moet in staat zijn om, ook na grote verliezen, te blijven opereren. Dit wordt bereikt door het hebben en beschermen van een klein aantal logistieke bases, en het bouwen van een alternatief operationeel hoofdkwartier, alsook het beschikken over mogelijkheden om vanaf zee operaties te leiden.

‘Wat ontbreekt is een duidelijke koers op het gebied van internationale samenwerking’

Conclusie

Met het opstellen van een compact document is het de Duitse marine gelukt haar ambities en doelstellingen voor de lange termijn te presenteren, en onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Hiermee geeft het aan in staat te zijn conceptueel snel te reageren op veranderende omstandigheden, zowel geopolitiek als technologisch. Daarnaast geeft het document voldoende richting voor de marine zelf, over waar de prioriteiten liggen en hoe de marine er uit moet zien om daar vorm aan te geven. Kijkend naar ambitie voor wat betreft de aantallen grotere varende en vliegende eenheden, kan vastgesteld worden dat de marine goed op koers is deze te realiseren. Daar spreekt realisme uit. Een viertal zaken is echter opvallend. Allereerst wordt slechts kort over personeel gesproken. Ja, de demografie van Duitsland verandert en ja, het personeel moet niet aan onnodige risico’s van een gevecht worden blootgesteld, zeker niet als onbemande eenheden dat kunnen. Maar daar blijft het dan ook bij. Over twaalf jaar van nu moet een generatie ervaren officieren en onderofficieren klaarstaan, die deze ambitie moet gaan realiseren. Dat betekent dat deze mensen nu moeten worden geworven, opgeleid en gevormd om daartoe in staat te zijn. Daar gaat het document verder niet op in.

Daarnaast is opmerkzaam dat de Duitse marine expliciet uit dat het primaire operatiegebied gevormd wordt door de Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Andere regio’s in de wereld worden überhaupt niet genoemd. Dat is opvallend, omdat bijvoorbeeld het fregat Bayern in 2022 een lange reis naar de regio maakte, waar heel veel aandacht aan besteed werd, en ook voor 2024 een reis van twee schepen naar dit deel van de wereld gepland is. Ten derde wordt het concept multi-domain operation genoemd, maar niet verder in detail uitgewerkt. Dit zal de komende periode zeer waarschijnlijk tot onduidelijkheid en interpretatieverschillen leiden, zolang er geen duidelijk operationeel concept komt. Als laatste valt op dat men zich in dit document niet uitspreekt over internationale samenwerking en partners. De taakstelling is duidelijk gedefinieerd: geloofwaardige verdediging van land en bondgenoten door een sterke krijgsmacht. Wat ontbreekt is een duidelijke koers op het gebied van internationale samenwerking. Voor alle vier de grondbeginselen geldt een waarschijnlijkheid dat onvoldoende bereikt wordt zonder verregaande internationale samenwerking op vele (of wellicht zelfs alle) terreinen. Door schaarste aan beschikbaar personeel (door de demografische ontwikkelingen) en budgettaire beperkingen is deze samenwerking een must. Vermoedelijk heeft men hier zich niet willen vastleggen of beperken tot een aantal landen.

Dit is de grootste zwakte van het document, ook vooral omdat trajecten van internationale samenwerking complex, weerbarstig en langdurig zijn. Een duidelijke visie en koers is snel nodig, anders is de kans groot dat de Duitse marine in 2035 moet constateren dat het niet gelukt is de nu gepubliceerde ambities om te zetten in daadwerkelijke inzetbare capaciteiten.

 

LTZ1 (LD) Magiel Venema KMR MA is directeur van Damen Naval Germany GmbH en woont en werkt in Duitsland. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. Hij bedankt de redactie en KLTZ dr. R.M. de Ruiter voor hun suggesties en aanvullingen.

Noten

[i] Zie bijvoorbeeld de “Wilhelmshavener Eklärung” uitgesproken door de toenmalige Inspekteur der Marine Vice Admiraal Andreas Krause in februari 2016.

[i] Rede van Bondskanselier Scholz tijdens de Bundeswehrtagung op 16 september 2022

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave