Reflecties op 365 dagen voorzitterschap

Het eerste jaar als voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marine Officieren is voorbijgevlogen. Daarom een goed moment om even terug te blikken op de afgelopen maanden en te zien of de drie speerpunten, geformuleerd bij aanvang van mijn zittingstermijn, nog altijd overeind staan. Daarnaast deel ik in deze terugblik ook enkele ervaringen over het afgelopen jaar.

 (copyright Goudse Fotografie | KVMO)

Genoemde speerpunten staan geformuleerd in Marineblad 5 (2024) bij een kennismakingsinterview ter gelegenheid van het overnemen van de wacht, en zal ik hier nogmaals noemen.[1] Allereerst ‘ogen op de bal’. Dit speerpunt heeft vooral haar grondslag in het doel van de vereniging, namelijk het bijdragen aan een op haar taken berekende zeemacht, en heb ik uitgelicht met de naderende Defensienota 2024 in het achterhoofd. Het is van belang dat de marine niet alleen kan groeien, maar ook gaat groeien en daarbij vooral focus houdt op wat belangrijk is. De randvoorwaarden daarvoor lijken nu te zijn ingevuld, maar het blijft een speerpunt voor de lange termijn. 

Vanzelfsprekend is het toewerken naar een groeiende marine een verantwoordelijkheid van de collega’s bij het departement en de krijgsmacht. Voor ons als KVMO betekent dit dat wij dit proces vooral goed in de gaten blijven houden. De Defensienota 2024 beschrijft op zich prima wat we willen bereiken, maar nog steeds onvoldoende hoe. Dat is iets waar ik tot op heden weinig verandering in heb gezien. In mijn analyse van die nota heb ik daar ook al mijn bedenkingen over opgeschreven.[2] Rest voor mij de vraag of dit speerpunt nog overeind blijft voor de komende jaren. Ik denk van wel. Niet zozeer omdat wij ons zorgen moeten maken over de ontwikkeling van de krijgsmacht en de marine in het bijzonder, maar wel de wijze waarop. Er zijn wel degelijk signalen over groeipijnen, want net als in tijden van krimp moeten we nog steeds keuzes maken en prioriteiten stellen. Evenwel een belangrijk aspect van het behoud van focus. 

De KVMO als beroepsvereniging

Het tweede speerpunt betreft de KVMO als beroepsvereniging. Ik denk dat we hier de goede snaar hebben geraakt. Juist op dit aspect kan de vereniging zich onderscheiden. Ik merk dat in gesprekken met collega’s tijdens recente ‘koffie met de KVMO’-momenten. Veelal gaat het tijdens die informele bijeenkomsten over de collectieve of individuele belangenbehartiging, maar juist het aspect van het maritieme denken en onze professie als marineofficier krijgt een prominentere plek. Zo heb ik recent met een groep studenten van de Seapower Course hierover van gedachten gewisseld. Uiteindelijk hebben we daar meer dan een uur over gesproken, er was amper tijd om het nog over het georganiseerd overleg te hebben. Dat gaat bijvoorbeeld ook over de inhoud van het Marineblad. Voor mij is dat echt het uithangbord van de beroepsvereniging. Met Bas Naafs hebben we een hele fijne eindredacteur die er samen met de redactieraad op toe ziet dat er kwalitatief goede en relevante artikelen blijven komen. Dat geeft mij als voorzitter een enorme steun in de rug. 


‘Een belangrijk aspect van de beroepsvereniging is het aanjagen van het maritieme denken’


Zoals gezegd is het aanjagen van het maritieme denken een belangrijk aspect van de beroepsvereniging. Sinds april dit jaar is de KVMO-leerstoel vacant. Dat komt omdat we in overleg met de Universiteit Leiden bezig zijn met het herschrijven van de leeropdracht. Juist om maritieme strategie een belangrijk element te maken van die leeropdracht. Dit past voor mij in de lijn van ontwikkeling van de beroepsvereniging. Daarnaast mag en moet ik aanwezig zijn bij evenementen die belangrijk zijn voor de marine. Ik vond het dan ook een eer en genoegen dat ik bij het door de Faculteit Militaire Wetenschappen georganiseerde Seapower Symposium in Rotterdam aanwezig mocht zijn als toehoorder. Een tweedaagse bijeenkomst met academici die zich buigen over maritieme vraagstukken. Goede panels en stevige inhoudelijke discussies. Dat verdient zeker opvolging en we kijken als KVMO hoe we hieraan ons steentje bij kunnen dragen.

Joris3Rotterdam Seapower Symposium

thumb Joris2Met voorzitter NOV Lkol Ronald Verkuijl (foto: Goudse Fotografie | KVMO)

KVMOkoffieKoffie met de KVMO aan boord Zr.Ms. Evertsen (foto: KVMO)

1738235878117Uitreiking KVMO boekenplankje (foto: KVMO)

 

Het georganiseerd overleg

Het derde speerpunt is positief kritisch en constructief bijdragen aan het georganiseerd overleg. Ik denk dat wij daar op onze eigen wijze aan hebben bijgedragen. Toch moet ik toegeven mij vergist te hebben in hoeveel tijd dit in beslag neemt. Als mensen mij vragen hoe ik de functie als voorzitter KVMO ervaar, dan zeg ik dat het ontzettend gaaf is dat je als voorzitter veel invloed hebt op de inhoud van de agenda. Wat vinden we nu echt belangrijk? Waar willen we ons voor inspannen? Echter, het tempo van de agenda wordt vaak door anderen bepaald, dus je kunt niet altijd de dingen doen op de momenten dat het jou en jouw achterban uitkomt. Dat is ook gewoon inslingeren, en gaat naarmate je meer gewend raakt steeds makkelijker. Voor veel zaken, met name gerelateerd aan de eerste twee speerpunten, ben je niet altijd evenveel aan. Dat betreft namelijk het werk van collega’s, die op zee of in het veld daadwerkelijk dingen doen. Je staat toch een beetje aan de zijlijn de wedstrijd te becommentariëren. En voor iemand die vooral in het veld zijn hart heeft liggen, is dat wel even wennen. Het heeft evenwel positieve kanten. Soms zie je vanaf de zijlijn het speelveld beter. Dat geldt overigens niet voor het georganiseerd overleg, daar ben je een overlegpartner en kun je dus ook veel meer rechtstreekse invloed hebben op de inhoud.

De samenwerking van de KVMO met de overige verenigingen binnen de GOV|MHB is goed en dat maakt het voorzitterschap (dit najaar over te dragen aan vicevoorzitter Lkol Ronald Verkuijl) ook prettig. Ik vind het fijn dat Verkuijl, tevens voorzitter van de NOV, en ik elkaar goed weten aan te vullen en waar nodig te steunen. Het afgelopen jaar hebben we binnen de GOV een aantal wisselingen gehad waaronder versterking in de vorm van een nieuwe onderhandelaar. Het interessante van het georganiseerd overleg is dat je continu bezig bent om balans te zoeken. Wanneer zoek je de samenwerking met de andere overlegpartners op, en wanneer probeer je echt voor je eigen achterban piketpalen te slaan? Mijn ervaring is dat je hier continu in schakelt. Enerzijds kost dat veel energie, anderzijds levert het ook veel positieve energie op als dat slaagt.


‘Wanneer zoek je de samenwerking met de andere overlegpartners op, en wanneer probeer je echt voor je eigen achterban piketpalen te slaan?’


2025/2026

Voor komend jaar en de jaren daarop is het voor mij belangrijk om continuïteit te borgen. Ik probeer termen als ‘onzekere tijden’ te vermijden, maar het valt niet te ontkennen dat afgelopen jaar wel een heel bijzondere geweest. Zowel de geopolitieke situatie, alsook ook onze landelijke politiek, is het behoorlijk volatiel. Dan is het in mijn ogen juist belangrijk om koers en vaart te houden. Na het zomerverlof zullen we ons weer moeten buigen over verkiezingsprogramma’s. Defensie is als onderwerp niet (meer) controversieel, maar hoe komt dat terug in de miljoenennota? Zien we daar straks al de eerste stappen richting de 3,5% NAVO-norm? Of wordt dat toch nog even over de verkiezingen heen getild? Ruimte voor Defensie is hard nodig. Dat op zichzelf is niet controversieel, maar is er voldoende ruimte binnen ander beleid om die randvoorwaarden in te vullen? Of krijgen we straks onbedoeld toch weer stilstand in de groei van de krijgsmacht? 

Overigens gaat die groei niet alleen over ruimte, maar ook over materieel en vooral personeel. De voortgang van defensie-materieelprojecten en complexe arbeidsmarktvraagstukken zijn ook zaken die ik probeer te volgen. Want die randvoorwaarden: voldoende ruimte, materieel en personeel, zijn dingen die onze vereniging bezighoudt en waar wij voor onze leden zowel op de voor- als de achtergrond invloed proberen uit te oefenen. Kortom het eerste jaar zit erop, op naar het volgende. Ik kijk ernaar uit.

 

Noten

[1] Naafs, C.B., ‘KLTZ (LD) Joris ten Berg. De nieuwe voorzitter van de KVMO’, Marineblad, nr. 5 (2025), 36-38.

[2] Berg, J.L. ten, ‘Marsorders voor de komende jaren’, Marineblad, nr. 6 (2024). 4-8.

 

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave