Navigeren in een turbulent tijdsgewricht

NAVO's nieuwe Alliance Maritime Strategy

Door KTZ dr. R.M. de Ruiter, A. Runhaar, dr. A.J. van der Peet & C.B. Naafs


Abstract

In oktober 2025 lanceerde de NAVO de nieuwe Alliance Maritime Strategy (AMS) als antwoord op de toenemende dreiging van Rusland en China. In dit artikel analyseren drie experts de betekenis van deze koerswijziging in een turbulent tijdsgewricht. KTZ dr. Roy de Ruiter belicht de precaire trans-Atlantische relatie onder de regering-Trump. Anne Runhaar MA focust op de strategische verankering van de Arctische regio en de Amerikaanse ambities in Groenland. Tot slot trekt dr. Anselm van der Peet parallellen met de Koude Oorlog en betoogt dat Europese maritieme paraatheid cruciaal is voor geloofwaardige afschrikking. Een diepgaande analyse over de toekomst van onze veiligheid op zee.


Blik op de Zweedse korvet HSwMS Helsinborg vanaf de brug van Zr.Ms. Van Amstel (Foto: Mediacentrum Defensie)Blik op de Zweedse korvet HSwMS Helsinborg vanaf de brug van Zr.Ms. Van Amstel (Foto: Mediacentrum Defensie)

Inleiding

De maritieme veiligheidsomgeving ondergaat al enige tijd een behoorlijke transformatie. Met de publicatie van de nieuwe Alliance Maritime Strategy [i]  in oktober 2025 heeft de NAVO een ambitieus antwoord geformuleerd op de groeiende dreiging van Rusland, de assertiviteit van China en de wereldwijde kwetsbaarheid van onze vitale infrastructuur op zee. Het document ademt urgentie en zet in op afschrikking, verdediging en (hoog-)technologische innovatie.

Toch staat deze strategie niet op zichzelf. De inkt was nauwelijks droog toen de Amerikaanse National Security Strategy van december 2025 Europese hoofden deed draaien. De transactionele 'America First'-retoriek van de regering-Trump en de hernieuwde belangstelling voor Groenland dwingen Europa tot een precaire balanceeract: hoe houden we de onmisbare Amerikaanse bondgenoot binnenboord, terwijl we tegelijkertijd bouwen aan noodzakelijke Europese autonomie?

 

Dit artikel ontleedt de nieuwe AMS vanuit drie invalshoeken. KTZ Roy de Ruiter opent met een analyse van de strategische context. Hij stelt de vraag wat de AMS waard is in een klimaat van trans-Atlantisch wantrouwen en betoogt dat Nederland en de marine 'scherp aan de wind' moeten varen om zowel de NAVO te versterken als eigen prioriteiten te bewaken. Anne Runhaar kijkt naar de Noordflank. Zij beschrijft hoe de AMS de Arctische regio officieel verankert in het strategisch denken, maar waarschuwt dat politieke spanningen – zoals de Amerikaanse focus op Groenland – de effectiviteit van deze koers kunnen ondermijnen. Anselm van der Peet trekt parallellen met de jaren '70 en '80 en laat zien hoe eerdere maritieme concepten zoals de Brosio-studie en CONMAROPS aantoonden dat Europese paraatheid, juist in tijden van onzekerheid, de weg naar een effectieve afschrikking op zee kan zijn.

Kortom, heeft de NAVO een duidelijke maritieme koers uitgezet?

Scherp aan de wind varen

De Alliance Maritime Strategy (AMS) is een gedegen document, maar kan niet los kan worden gezien van de Amerikaanse veiligheidsstrategie - en de daarvan afgeleide defensiestrategie - van de regering Trump. De National Security Strategy van 4 december 2025 sloeg in als een bom. Het bevestigde nu ook formeel de anti-Europa retoriek van het Witte Huis. De afhankelijkheid van de VS maakt dat Europese politici behoedzaam reageerden op het document. Toch vormt het een wezenlijke breuk in de trans-Atlantische relatie, die sinds 1949 de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid is. 

Juist in die relatie is de Atlantische Oceaan sinds 1949 de spil tussen Europa, Canada en de Verenigde Staten. Hoewel de dreiging voor de NAVO van de Sovjet-Unie en nu Rusland vooral continentaal van aard is, vormt het maritieme domein de sleutel tot het succes op land. Zonder de aanvoer van Amerikaanse en Canadese versterkingen, voorraden en het in bedwang houden van de strategische Russische maritieme slagkracht maakt de NAVO weinig kans. Wat is in dit klimaat van wantrouwen de maritieme strategie van de NAVO nog waard? 

Een nieuwe maritieme strategie

Spanningen binnen de NAVO zijn niet nieuw. Altijd was er onzekerheid of de Amerikanen Europa werkelijk te hulp zouden schieten, zeker in het geval een nucleaire escalatie. Zou Washington New York opofferen voor een Amsterdam, Berlijn, Londen of Parijs? Andersom leefden in de VS een breed gedeelde frustratie over de Europese klaploperij op het gebied van defensie en het voortdurend negeren van Amerikaanse verzoeken het been bij te trekken. Europa kwam er mee weg omdat de NAVO voor het Witte Huis een te belangrijk instrument is om invloed uit te oefenen op Europa. Een middel waar de regering-Trump ook regelmatig gebruik van maakt en ook erkent in de NSS.[ii] De NAVO heeft dus vaker voor hetere vuren gestaan en daarom blijft de AMS van belang. 

Met dit strategische document stelt de NAVO eerst nog eens goed het belang van het maritieme domein voor het bondgenootschap vast en stelt terecht dat, zeker in het navale operatiegebied, de blik 360 graden en cross-domain moet zijn. Hetzelfde geldt voor de noodzaak flexibel te blijven, dus niet alleen in gevechtsoperaties en afschrikking te denken, maar dat juist ook in het maritieme domein crisisbeheersing, maritieme assistentie en diplomatie van groot belang blijven. Als belangrijkste maritieme dreiging wijst de AMS naar Rusland, met haar grotendeels nog intacte Noordelijke vloot, haar hybride activiteiten en haar schaduwvloot. Daar blijft het volgens de NAVO niet bij. Maritieme dreigingen hebben een globaal karakter. De zee is met haar Sea Lines of Communication (SLOCs) een global common. Daarom zijn ook China, terrorisme, maritieme criminaliteit, proliferatie van technologie en de gevolgen van klimaatverandering een bedreiging voor de veiligheid en welvaart van de NAVO-lidstaten. 

C-ZSK VADM Liebregs bracht in november ’25 een bezoek aan het MARCOM-hoofdkwartier in Northwood, VK, waar hij gebriefd werd over operaties in NAVO’s Area of Responsibility (foto: NATO)C-ZSK VADM Liebregs bracht in november ’25 een bezoek aan het MARCOM-hoofdkwartier in Northwood, VK, waar hij gebriefd werd over operaties in NAVO’s Area of Responsibility (foto: NATO) 

De prioriteiten én urgentie die de NAVO stelt om zich hiertegen te wapenen zijn het versterken van carrier- en precision strike, onderzeebootbestrijding, mijnenbestrijding en Emerging and Disruptive Technologies (EDT), zoals autonome- en kwantumsystemen. Gezien de recente ontwikkelingen en dreigingen geen grote verassingen. In combinatie met nucleaire afschrikking zijn deze capaciteiten nodig voor een geloofwaardige afschrikking en verdediging, desnoods ‘tonight’ al. Daarnaast benadrukt de AMS dat alleen nieuwe of extra middelen niet genoeg zijn. Investeringen in kwantiteit, voorraden en defensie-industrie zijn daarom minstens zo belangrijk om het gevecht ook de dag erna vol te houden. 

Naast investeringen moeten lidstaten evenwel meer in de praktijk gaan doen. Zorgen dat de Standing Naval Forces van de NAVO altijd volledig op sterkte zijn. Het vergroten van de maritieme situational awareness als antwoord op hybride activiteiten. Realistischere domein overstijgende oefeningen met aandacht voor incassering- en voortzettingsvermogen en het gebruik van EDTs moeten zorgen dat NAVO klaar is voor het gevecht. 

Geopolitiek koorddansen

Met de nieuwe maritieme strategie heeft de NAVO zich aangepast aan het huidige guurdere klimaat, waarin de kans op een oorlog weer reëel is. De realiteit is wel dat voorlopig de NAVO zonder de Verenigde Staten voorlopig weinig waard is. Europa en daarmee Nederland moeten de Amerikanen daarom binnenboord houden, in ieder geval zo lang mogelijk. Tegelijkertijd zal Europa meer op haar eigen benen moeten gaan staan. Het is geopolitiek koorddansen voor gevorderden. De richting die AMS uitzet vormt daarvoor geen hindernis. De prioriteiten die de NAVO stelt zijn ook nodig om Europa een autonomere speler op het wereldtoneel te maken. De echte uitdaging is dat meer autonomie betekent dat Europa minder investeert in de Amerikaanse economie. Dit kan gaan schuren. Zeker bij een transactioneel ingestelde regering-Trump. Verder betekent een onafhankelijke houding uiteindelijk het stellen van eigen prioriteiten, ook als die botsen met de Amerikaanse belangen. Diens recente retoriek ten aanzien van Groenland maakt pijnlijk duidelijk hoe lastig dit is. 


Een onafhankelijke houding betekent uiteindelijk het stellen van eigen prioriteiten, ook als die botsen met de Amerikaanse belangen.


Ook Nederland en in dit kader de Koninklijke Marine moeten scherp aan de wind varen. Vanuit maritiem strategisch oogpunt betekent dat een goede bijdrage leveren aan NAVO. De huidige middelen, investeringen en manieren sluiten daar gelukkig goed bij aan. Terwijl met de reizen naar de Indo-Pacific de marine kan laten zien dat Nederland van toegevoegde waarde blijft voor de Verenigde Staten. Tegelijkertijd zal Nederland, bij voorkeur in Europees verband, voortdurend haar eigen prioriteiten en belangen moeten bewaken. Wellicht is het dan beter deel te nemen aan Europees geleide missies dan aan Amerikaanse operaties. Of zelfs strikt afzijdig te blijven van Amerikaanse operaties, zeker als die niet voldoen aan het internationaal recht. Bij investeringen is het zaak oog te houden voor autonomie en de afhankelijkheid van de VS, maar in deze ook China. 

Conclusie

Donkere wolken boven de NAVO betekenen niet dat het bondgenootschap gedoemd is. Spanningen tussen de VS en de Europese lidstaten hebben altijd bestaan. De NAVO voor de VS nog altijd een belangrijk instrument voor invloed. Het bondgenootschap kan dus wel een stootje hebben en daarom blijft de nieuwe Alliance Maritime Strategy van groot belang. Dit document is weer bij de tijd en geeft voldoende richting en prioriteiten. Het zit bovendien de noodzaak tot meer Europese autonomie niet in de weg.

Het oude continent is bezig met een lastige balanceeract. De doelstellingen en belangen van Europa komen niet langer als vanzelfsprekend overeen met die van de VS. Tegelijkertijd kan Europa voorlopig nog niet zonder de Amerikanen. Het dwingt Europa en dus ook Nederland voorlopig behoedzaam te manoeuvreren. Dat is lastig en niet zonder risico. Het betekent een goede reisvoorbereiding en dat ieder lid van de bemanning goed weet wat de bedoeling is. Het is daarom belangrijk dat ook Nederland haar eigen maritieme strategie snel vernieuwt.  

KTZ dr. Roy de Ruiter, Nederlandse Defensie Academie

 

Duitse Sachsenklasse fregat Hamburg, december 2025 (Foto: MCD)Duitse Sachsenklasse fregat Hamburg, december 2025 (Foto: MCD)

Verankering van de Arctische regio

Een van de belangrijkste strategische regio's in de vernieuwde Alliance Maritime Strategy is het Noordpoolgebied. Deze focus wordt gedreven door een nadruk op verdediging van de SLOCs tegen bedreigingen voor het bondgenootschap. Denk hierbij aan de algemene Russische troepenopbouw met de modernisering van hun nucleaire strijdkrachten, toegenomen onderwaterverkenning en onderzeebootoorlogvoering, evenals de uitbreiding van Chinese maritieme strijdkrachten.[iii] Het is dan ook geen verrassing dat de Arctic wordt genoemd, gezien het groeiende aantal patrouilles en het gebruik van dual-purpose vaartuigen door China in de regio, evenals de Russische opbouw van de Noordelijke Vloot.

Laatstgenoemde omvat bijvoorbeeld de eerste proefvaarten van de Yasen-M klasse onderzeeboot Perm in 2025, die de vaste drager moet worden van de Zircon-raketten (SS-N-33).[iv] Hoewel de Yasen klassieke hunter/killer-tactieken al combineert met kruisvluchtwapens voor land- en zee-aanvallen, claimen Russische autoriteiten dat de hypersonische Zircon snelheden van Mach 8–9 kan bereiken bij een bereik van meer dan 1.000 km.[v] Zelfs met een korrel zout genomen, kunnen deze raketten Rusland mogelijk in staat stellen de Noord-Atlantische SLOCs te verstoren en de positie van de NAVO te bedreigen, zonder ooit voorbij de GIUK-gap te hoeven varen.

Het verankeren van de Arctische regio binnen de AMS moeten we niet zien als een nieuw strategisch standpunt, of enkel als reactie op deze dreigingen, maar als de strategische formalisering van de koers die de NAVO al in de regio voert. Voorafgaand aan de AMS had de NAVO de Arctic en het Hoge Noorden al via verschillende maatregelen in haar bredere planningskader opgenomen. Ten eerste valt de operationele planning van de regio onder het Regional Plan North West, gecoördineerd door het Allied Joint Force Command te Norfolk. Dit plan blijft geheim om tactische voordelen te beschermen en moet de operationele gereedheid in de regio waarborgen. Ten tweede heeft de NAVO trainingen en oefeningen aldaar gestaag opgevoerd en uitgebreid, waaronder grootschalige manoeuvres zoals Cold Response en Nordic Response.

Ten derde is de bewegingsvrijheid van de NAVO in de regio vergroot door wijzigingen in nationaal beleid. Dit komt hoofdzakelijk door toetreding van Finland en Sweden tot de NAVO. Hierdoor moest deze de regio wel heroverwegen, aangezien zeven van de acht Arctische staten nu deel uitmaken van het bondgenootschap, wat de grens van de Noordflank aanzienlijk heeft veranderd. Ook ander nationaal beleid maakte dit noodzakelijk. Zo wijzigde Noorwegen in 2025 zijn zelfopgelegde beperkingen voor geallieerde oefeningen en trainingen ten oosten van de 24-gradenmeridiaan, waardoor de NAVO haar operaties kon uitbreiden. Het effect hiervan op NAVO-operaties en -oefeningen moet nog blijken.

NH90 flight operations vanaf Zr.Ms. Van Amstel, december 2025 (foto: MCD)NH90 flight operations vanaf Zr.Ms. Van Amstel, december 2025 (foto: MCD)

Strategische manifestatie

De AMS zet genoemde uitbreiding van operaties voort, voert het belang ervan op én toont voor de lange termijn commitment aan de regio als strategisch gebied. De overdracht van Finland, Zweden en Denemarken van JFC Brunssum naar JFC Norfolk op 5 december 2025 is een operationele manifestatie van de strategische doelstellingen van de AMS op het gebied van afschrikking en verdediging. Het onder één commando verenigen van alle Arctische geallieerde landen versterkt de betrokkenheid van de NAVO en de geloofwaardigheid van de afschrikkingspositie in de regio verder.

Hoewel genoemde vereniging een belangrijke stap voorwaarts is, hangt de effectiviteit van de AMS in de regio sterk af van nationale belangen en interne spanningen binnen de NAVO; een kwetsbaarheid die niet binnen de strategie kan worden opgelost omdat deze buiten het mandaat ervan valt. Waar NAVO-activiteiten in voorgaande jaren voornamelijk werden beperkt door verschillende nationale beleidsstandpunten van Arctische landen ten opzichte van NAVO-activiteit (bijvoorbeeld tussen Noorwegen en Canada), zijn deze meningsverschillen inmiddels geluwd. In plaats daarvan is het debat nu gericht op de belangstelling van de huidige Amerikaanse regering voor Groenland. Medio januari benadrukte de Amerikaanse president nogmaals dat de VS het linksom of rechtsom (‘the easy way or the hard way’[vi]) voor elkaar zullen krijgen eigenaar van Groenland te worden. Hieropvolgende dreigementen met handelstarieven tegen landen die Denemarken steunen, werden snel weer teruggedraaid.


De effectiviteit van de AMS in de regio hangt sterk af van nationale belangen en interne spanningen binnen de NAVO.


De focus op uitsluitend Groenland is gevaarlijk. Dit komt doordat het voorbijgaat aan de dreiging van Russische onderzeeboten en Russisch-Chinese activiteiten in andere Arctische gebieden, die het potentieel hebben om NAVO-territorium rechtstreeks in gevaar te brengen. Dit vermindert automatisch de effectiviteit en reikwijdte van de AMS.

Tegelijkertijd ontstaan onder zowel Arctische als niet-Arctische bondgenoten verschillende benaderingen van veiligheid, die soms zelfs in een eigen, nationale strategie worden geformuleerd. Italië pleit bijvoorbeeld voor een meer gecoördineerde geallieerde aanwezigheid, terwijl het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen momenteel direct pleiten voor een Arctic Sentry-missie gericht op het tegengaan van Russische activiteiten, het versterken van afschrikking en het geruststellen van de VS. Ook dit bemoeilijkt een coherente uitvoering van de AMS.

Conclusie

Niettegenstaande het in deze nieuwe AMS op de voorgrond geplaatste strategisch denken over de Arctische regio, biedt de strategie slechts een kader voor de maritieme positie en afschrikking van de NAVO. Politieke verschillen tussen bondgenoten die de uitvoering beïnvloeden, kan zij niet oplossen. Om de algehele koers en doelen van de NAVO en de AMS in de regio te handhaven, zullen individuele staten zich opnieuw moeten focussen op de Arctic als één geheel, dat veel verder reikt dan Groenland alleen.

Anne Runhaar MA, researcher Arctic security. Deze bijdrage is vertaald.

 

De Britse carrier HMS Ark Royal met langszij het geleidewapenfregat Hr.Ms. De Ruyter in de Noorse Zee tijdens NAVO-oefening Teamwork, 1976. (Bron: U.S. Naval Institute)De Britse carrier HMS Ark Royal met langszij het geleidewapenfregat Hr.Ms. De Ruyter in de Noorse Zee tijdens NAVO-oefening Teamwork, 1976. (Bron: U.S. Naval Institute)

Steady as she goes?

De AMS ademt urgentie. Derhalve staan afschrikking en verdediging, crisismanagement, en cooperative security in deze nieuwe strategie voorop. Recente ontwikkelingen tonen dat de VS een eigen koers varen met een America firstinsteek en een mogelijke (partiële) ontvlechting van de belangrijkste lidstaat van de alliantie dreigt – hoewel de NSS wel degelijk het belang van Europa voor de VS onderschrijft. Het laat onverlet dat het oude continent inzake het bondgenootschap direct en dringend moet ‘omdenken’ over haar inbreng; deze moet sowieso toenemend stand-by zijn om Washington langszij te houden.

Een historisch perspectief, om mogelijk inzichten te bieden hoe om te gaan met huidige vraagstukken, is daarbij op zijn plaats. De laatste maritieme NAVO-strategie dateert uit 2011. Een ander tijdperk. Ze focuste op crisismanagement, peacekeeping, counter-terrorism, anti-piraterij en embargo, alsmede stabilisatiemissies op en vanuit zee. Dit gelet op het einde van de Koude Oorlog in 1991 en navolgende internationale crises van andere aard en dreiging, dan in voorgaande decennia met concurrerende peer opponent militaire machtsblokken. Het kan, gezien parallellen met de huidige internationale veiligheidssituatie, nuttig zijn te weten welke maritieme NAVO-visies vóór 1991 opgeld deden.

Brosio studie en onzekere jaren 1970

Na meer algemene NAVO Military Committee-besluiten in de jaren ‘50 en vroeg jaren ’60, waarin spoedig SLOC-bescherming en ASW in de Western Approaches in de Atlantic de boventoon voerden,[vii] kwam in 1969 de zogeheten Brosio Studie uit. Dit rapport, vernoemd naar Manlio Brosio, toenmalig Secretaris-generaal van de alliantie, moest bijdragen aan een betere, snellere en meer collectieve militaire reactie in crisistijd ter zee, alsook benadrukken hoezeer de zee van belang was voor de algehele NAVO-strategie.

De studie was een reactie op diverse strategische dreigingen en veranderingen die eind jaren ‘60 samen kwamen. Allereerst was daar in 1966 de terugtreding van kernmacht Frankrijk uit de militaire NAVO-organisatie, waardoor aanvoerroutes via Franse havens naar het achterland en de centrale verdediging in West-Duitsland vervielen en ter zee de Marine Nationale afnemend integreerde en participeerde in bondgenootschappelijke oefeningen. In 1967 omarmde de alliantie de strategie Flexible Response. In plaats van bij vijandelijkheden veelal direct nucleaire wapens in te zetten, trad het bondgenootschap agressie, uitgezonderd een grootscheepse nucleaire aanval, tegemoet met een directe verdediging van vergelijkbare omvang en conventionele inzetmiddelen. Flexible Response benadrukte verder de rol van conventionele strijdkrachten bij afschrikking en crisismanagement voorafgaand aan daadwerkelijke vijandelijkheden.[viii]

De maritieme strategie in de Brosio Studie behelsde vooral mobilisatie van contingency zeestrijdkrachten, zoals STANAVFORLANT, [ix] een voorloper van de huidige SNMGs, om hiermee een toegesneden reactie te geven tijdens een internationale crisis op de flanken van het bondgenootschap, zoals in Noorwegen, om verdere escalatie af te schrikken.[x]  In dit kader vond verder in 1968 de eerste van een reeks grote, op zogenaamde pre-inforcement geënte unopposed crisisbeheersingsoefeningen plaats waarin veelal Europese contingenten als de Britse Royal Marines (in latere jaren gecompleteerd met Nederlandse mariniers in het UKNL/AF) versterkingen landden in Noorwegen, alvorens na enige tijd de grotendeels Amerikaanse Striking Fleet Atlantic zou arriveren.[xi]

Situatieschets jaren ’70  na de Brosio-studie, met in crisistijd voorziene pre-inforcements, een na escalatie later arriverende U.S. Striking Fleet en gedachte onderzeebootdreiging voor de SLOCs (cartografie: E. van Oosten | NIMH)Situatieschets jaren ’70  na de Brosio-studie, met in crisistijd voorziene pre-inforcements, een na escalatie later arriverende U.S. Striking Fleet en gedachte onderzeebootdreiging voor de SLOCs (cartografie: E. van Oosten | NIMH)

CONMAROPS

De USN verwierf omstreeks 1980 het inzicht dat de Sovjets geenszins een grootscheeps anti-SLOC offensief voor ogen stonden, maar veeleer verdediging van de eigen strategische SSBN-vloot in zogeheten bastions in de noordelijke IJszee. De Amerikanen opteerden voor een offensieve aanpak van de tegenstander met een forward based maritieme strategie. Deze diende een meer geallieerd karakter te krijgen, omdat de Europese bondgenoten in deze visie de eerste klappen moesten opvangen. In 1983 greep de door de USN gedomineerde NAVO-marineleiding hiervoor terug op een eerder ontwikkelde Concept of Maritime Operations (CONMAROPS).[xii]

CONMAROPS was een meer Europese benadering, beoogde betere coördinatie van de bondgenootschappelijke maritieme inzet, en was in lijn met doelen als voorwaartse verdediging, offensieve manoeuvres in onderzeebootbestrijding en amfibische operaties.[xiii] Ook beïnvloedde het (West-)Europese marines toenemend conventionele middelen in zee te brengen en te komen tot verdere samenhangende structuur én standaardisatie.[xiv]Een andere strekking van CONMAROPS was het in vredestijd bondgenootschappelijke marines (structureel) laten opereren in wateren die de Sovjetzeestrijdkrachten anders zouden kunnen benutten, of presentie te geven daar waar Moskou druk uitoefende. Daarbij kon, naast maritieme afschrikking, deze Westerse maritieme multinationale aanwezigheid in vredestijd NAVO-solidariteit uitdragen.


De alliantie werd ook toen geconfronteerd met wereldwijde oorlogsdreiging en onzekerheden binnen de gelederen.


CONMAROPS voorzag in lijn met het concept van forward defense, inzet van multinationale zeestrijdkrachten in een ‘high degree of readiness’. Bij het uitbreken van vijandelijkheden dienden ze als eerste actie te zien. De NAVO-strategie van Flexible Response voorzag immers direct defense op het niveau waarop de vijand ageerde en hield de optie van deliberate escalation open. Verder benadrukte CONMAROPS gecoördineerde operaties om maximaal gebruik te maken van beschikbare maritieme eenheden. Daarbij dienden dus Europese marines de eerste klap op te vangen in de Eastern Atlantic en Allied Forces North in Noorwegen te ondersteunen, alvorens een Amerikaanse Strike Fleet ten tonele verscheen. CONMAROPS hamerde bovenal op een beter gebruik van bestaande strijdkrachten en niet zo zeer uitbreiding ervan. Dit laatste onder verwijzing naar bijvoorbeeld minder aandacht voor mogelijke, hetzij kleine Sovjetdreiging elders – zoals bij de ‘economic arc’ (lees: SLOCs) –, en juist een focus op de NAVO-flanken als Noorwegen en de Noorse Zee.[xv]

Kortom

Terugkijken op maritieme NAVO-strategieën uit een eerder tijdperk leert dat de alliantie ook toen geconfronteerd werd met wereldwijde oorlogsdreiging en onzekerheden binnen de gelederen, zoals een meer op Azië (Vietnamoorlog) gerichte VS, die meer burden sharing vroegen en het afdrijven van een grote nucleaire bondgenoot.[xvi] Een reactie op veel van deze uitdagingen betrof de Brosio Studie alsook CONMAROPS, welke de facto neerkwamen op door de VS bedongen verhoogde paraatheid van in ruimere mate vooruitgeschoven aanwezigheid van Europese marines (Franrijk uitgezonderd), in een op pre-inforcement geënte unopposed crisisbeheersingsgrol. Zij moesten in eerste instantie, nagenoeg zonder VS-inbreng, dagenlang de Sovjetzeestrijdkrachten afhouden alvorens de USN verscheen. Studies tonen dat zij in oefeningen hierin voldeden. Ook zij waren ‘prepared to ‘fight tonight’ and ‘fight tomorrow’’ tegen een toentertijd omvangrijkere en (vermoedelijk) slagkrachtigere tegenstander. 

Laat deze historische duiding van Europese maritieme readiness en presence, die succesvolle afschrikking pleegde bij de toenmalige strategische confrontatie en hiermee respect afdwong bij Washington, een inspiratiebron zijn in deze bedreigende tijden voor het bondgenootschap met haar nieuwe, maar gelet op voornoemde maritieme NAVO-visies, welhaast vertrouwd ogende AMS.

Dr. Anselm van der Peet, Nederlands Instituut voor Militaire Historie

 

Noten

[i] NATO official text, Alliance Maritime Strategy, 29 oktober 2025, https://www.nato.int/en/about-us/official-texts-and-resources/official-texts/2025/10/29/alliance-maritime-strategy, geraadpleegd op 11 januari 2026; Zie ook het statement van MARCOM: NATO Allied Maritime Command, Securing the seas: how NATO will deliver its next-generation Maritime Strategyhttps://mc.nato.int/media-centre/news/2025/securing-the-seas-how-nato-will-deliver-its-nextgeneration-maritime-strategy,  4 december 2025. Geraadpleegd op 11 januari 2026. 

[ii] White House, National Security Strategy of the UInited States of America, November 2025, 26, https://www.whitehouse.gov/wp-content/uploads/2025/12/2025-National-Security-Strategy.pdf, geraardpleegd op 11 januair 2026.

[iii] NATO, Alliance Maritime Strategy, 29.10.2025, Alliance Maritime Strategy | NATO Official text

[iv] Nilsen, Thomas: Nuclear-powered multi-purpose submarine Perm heads out for sea trials, in: The BarentsObserver, 23.08.2025, Nuclear-powered multi-purpose submarine Perm heads out for sea trials

[v] The documented use of the Zircon in the war against Ukraine confirms that it is operational. However, claims regarding its sustained flight performance remain controversial, see also: Kaushal, Sidharth in: RUSI, 24.01.2023, The Zircon: How Much of a Threat Does Russia’s Hypersonic Missile Pose? | Royal United Services Institute

[vi] Smith, Sarah: Trump says US needs to 'own' Greenland to prevent Russia and China from taking it, in: BBC, 10.01.2026, Trump says US needs to 'own' Greenland to prevent Russia and China from taking it

[vii] Zie bijvoorbeeld MC 48 (FINAL) 22 November 1954, North Atlantic Military Committee Decision on M.C. 48, Report by the Military Committee on The Most Effective Pattern of NATO Military Strength for the Next Few Years, in: NATO Strategy Documents1949 – 1969., 239-240, 243-244.

[viii] Eric Grove, Battle for the fjords, NATO's Forward Maritime Strategy in Action (1991) 12.

[ix] STANAVFORLANT: Standing Naval Force Atlantic. Zie voor details: Anselm van der Peet, ´Matchmaker I, 1965. Opmaat naar staande NAVO-vlootverbanden´, Marineblad 135, 1 (2025) 24-32.

[x] D.C.L. Schoonoord, Pugno Pro Patria. De Koninklijke marine in de Koude Oorlog, 1945-1991 (Franeker 2012) 195.

[xi] Eric J. Grove, Vanguard to Trident: British Naval Policy since World War II (Annapolis 1987) 296-297, 322-323; G. Teitler en C. Homan (red.), Het Korps Mariniers 1942-heden (Amsterdam 1985) 67.

[xii] Peter M. Swartz, ‘Preventing the Bear’s Last Swim: The NATO Concept of Maritime Operations (CONMAROPS) of the Last Cold War Decade’, in NATO’s Maritime Power 1949-1990, ed. I. Loucas and G. Marcoyannis (Piraeus, Greece: European Institute of Marime Studies and Research, 2003) 48.

[xiii] Udo Sonnenberger, ‘The Development and Content of NATO’s Concept of Maritime Operations. Findings from the German Military Archives’, in New Interpretations in Naval History Selected Papers from the Twenty-First McMullen Naval History Symposium Held at the U.S. Naval Acvademy 19-20 September 2019, ed. Benjamin ‘BJ’ Armstrong, Naval War College Historical Monograph Series no. 32(2023) 149-160, 149-150.

[xiv] Anselm van der Peet, ‘Maritime Strategy à la carte. Securing a new course for a balanced Dutch navy in the mid-1980s and beyond’, in: S. Bruns, C. Jentzsch (eds.), Guardians of the North Atlantic. NATO Maritime Strategies and Naval Operations in Turbulent Times (Baden-Baden, 2025) 85.

[xv] Udo Sonnenberger, ‘The Development and Content of NATO’s Concept of Maritime Operations. Findings from the German Military Archives’, in New Interpretations in Naval History Selected Papers from the Twenty-First McMullen Naval History Symposium Held at the U.S. Naval Academy 19-20 September 2019, ed. Benjamin ‘BJ’ Armstrong, Naval War College Historical Monograph Series no. 32(2023) 149-160, 149-150.

[xvi] In de praktijk is de soep van de ‘afgedreven’ grote bondgenoot niet zo heet gegeten als opgediend; bi- en triple oefeningen met de Franse marine continueerden alsook werden wapen- en platformsystemen (sonar, patrouillevliegtuigen enz.) aangekocht, en was voorzien dat in oorlogstijd wel degelijk met Franse strijdkrachten nauw zou worden samengewerkt, tot ver overzee als de Indische Oceaan.

 

Gerelateerd

A. Ayebetova | Shutterstock

The future of Transatlantic relations

13 mei 2026

In the coming years, the key in the transatlantic relations lies to sail as close to the wind as possible between total commitment and…

Europe's Maritime Challenges Examined

22 apr 2026

From 6 to 8 April 2025, fourteen international academics and naval professionals gathered in Rotterdam to examine the strategic challenges…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave